Het non idee

the-velvet-vox-alfred-bos-het-non-idee

Een nieuwe trend: de opkomst van het non idee. Waar komt de trend vandaan? Hoe heeft hij zich ontwikkeld? En waar gaat dat naartoe? Rest ons uiteindelijk louter ruis? Wanneer we het niet meer weten, is er altijd nog het non idee.

Het non idee is het tegenovergestelde van het idee. Het gaat nergens over en dat is iets anders dan geen-idee; dat weet het niet. Het briljante van het non idee is juist dat het nergens over gaat, dat is de bedoeling. Het non idee is niksigheid verpakt in bluf. Het is vaag van suggestie en exact in zijn nietszeggendheid. Het heeft even geduurd – daar zijn redenen voor, gezond verstand bijvoorbeeld  – maar het non idee is in opkomst. De trend is helder: het non-idee gaat het idee overstijgen. Of toch niet?

De compost voor het non idee, de vruchtbare voedingsbodem waarin het kan ontspruiten en gedijen, zijn de media en meer in het bijzonder de digitale media. Het non-idee woekert in de virtuele wereld als de mycelium – kijk op Wiki: het schimmelnetwerk waaruit paddestoelen bloeien – van een zwam en vandaaruit is het non idee inmiddels in de ouderwetse, analoge media van de fysieke wereld opgeschoten. Ook die beginnen, eh, te zwammen.

Het non-festival

Een non idee is bijvoorbeeld een cursus creatief denken. Dat idee (want zo zien de bedenkers het zelf) is dat je originele gedachtes kunt genereren via een protocol, een denkmethode zogezegd. Men claimt het recept van oorspronkelijkheid en wil daar anderen – tegen betaling uiteraard – graag in laten delen. Maar creativiteit is geen trucje, oorspronkelijkheid niet te leren (tot op zekere hoogte wel aan te scherpen, kritisch denken helpt) en zo’n cursus dus een non idee. Het biedt een niet-bestaande oplossing voor een niet-bestaand probleem. Als ieder non idee is het bedoeld voor mensen met geen-idee.

Toen Facebook nog geen-idee van Mark Zuckerberg was stelde een clubje marketeers en reclamejongens voor om een feestje te organiseren waar alleen nieuwe muziek zou worden gedraaid. En met nieuw bedoelden ze ook nieuw: niet ouder dan vier weken. Alle verbluffende, ontroerende, opwindende, betoverende, aanstekelijke en sexy muziek ooit gemaakt, een oeverloze zee waaraan je je laveloos kunt drinken, was verboten. Om van het feest der herkenning maar te zwijgen. Het was mijn kennismaking met het non idee.

Het non idee is populair bij marketeers en communicatie consulenten. Via commerciele boodschappen is het de media binnengedrongen. Daar heeft het zich als een spore (denk aan het mycelium) vermenigvuldigd en ook creatieven – zij die beter zouden moeten weten – in zijn greep gekregen. Uit het handboek voor non-ideeën komt deze: een muziekfestival waarop alleen totaal onbekende acts staan geprogrammeerd, het non-festival. Je weet niet wat je hoort!

Het spiegelbeeld gespiegeld

Het non-idee maakt opgang, mede omdat het publiek in toenemende mate geen-idee heeft en dus ontvankelijker wordt voor het non-idee. Als de klant in de supermarkt steeds vaker grijpt naar onbekende niet-A merken, dan zal de festivalganger wel afkomen op een affiche met nietszeggende namen, het non-affiche, toch? Zijn er eigenlijk nog wel bekende namen voor het affiche? Zijn er nog betaalbare merkartiesten? Zijn er nog artiesten?

Dat maakt voor het non-idee niet uit. Het concept ‘festival’ is een ritueel geworden, de invulling irrelevant. Het publiek is de ster! De ‘artiesten’ – die op dit festival der non-sterren expliciet geen artiesten maar bladvulling zijn – draven op om het publiek te laten gloriëren. Net als in de virtuele wereld van de sociale media met hun eindeloze herkauwen van herkauwde berichten is het fenomeen van het non-idee bezig om zichzelf in de staart te bijten. De loop is gesloten, het spiegelbeeld gespiegeld: output is input is output is input in output is input is… Wat rest is ruis. De implosie is nabij.

Dat brengt ons op … een idee. Het non idee werkt het best wanneer je het op zichzelf betrekt: dan bestaat het niet meer. Nu nog een boek zonder letters, alleen reclame (oh, dat bestaat al, hoor ik van Lidewij Edelkoort) en een film zonder verhaal, vol merchandise (jeez, is er ook al: Transformers) en een plaat zonder muziek, louter geluidseffecten (het EDM-genre is er groot mee geworden) en, heel actueel, een journaal zonder journaal en we zijn klaar. Gordon doet het licht uit.

Boyd Rice (alias NON) – People

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie