Sjoemelsoftware

de vermoeden van Velvet Vox

Sinds 2003 kennen we in Nederland het woord van het jaar. De verkiezing werd door een medewerker van een Amsterdams vertaalbureau naar Amerikaans voorbeeld geïntroduceerd. Het idee: taal is dynamisch, er komen doorlopend nieuwe woorden bij. Welk nieuw woord, of vergeten woord dat opeens weer opduikt, drukt de actualiteit van dat jaar het meest kernachtig uit? Het publiek kon online suggesties inbrengen en meestemmen. Dat was nieuw en virtuele gemeenschappen lieten hun kracht gelden door de stemming naar hun hand te zetten.

Die eerste verkiezing leverde gamen op als woord van het jaar. Tikje suf, want in de keuzelijst stonden ook googelen, spammen en kutmarokkaan. Opvallend, of misschien ook niet: een buitenproportioneel aantal woorden heeft een technologische achtergrond. Een subtiele aanwijzing dat technologie prominent aanwezig is in ons leven. En dat komt – dat spreekt – tot uitdrukking in de taal.

Kredietcrisis

Gamen is sindsdien algemeen ingeburgerd in het dagelijkse spraakgebruik, maar dat geldt niet voor ieder verkozen woord. Wie kent genverbrander nog, de winnaar van 2005, terwijl het Japanse woord tsunami dankzij de natuurramp van kerstmis 2004 tot de algemene woordenschat is doorgedrongen. En wat te denken van bokitoproof uit 2007 of swaffelen uit 2008? Ze hebben het niet echt gered, terwijl ze toch concurrenten als comadrinken (2007) en wifiën (2008) achter zich wisten te laten. Het woord kredietcrisis werd in 2008 niet eens genomineerd en dat zegt iets over de beperkingen van online-verkiezingen.

Hoe groot de rol van technologie in ons leven is blijkt vooral uit het succes van de winnende woorden. Je kunt er zelfs een vuistregel op loslaten, vanaf nu het Vermoeden van Velvet Vox genoemd: als het woord van het jaar aan technologie is gelinkt, overleeft het; zo niet, dan is het snel verdwenen. Die tendens zat er al in toen Van Dale, de samenstellers van het meest geraadpleegde woordenboek, en het Genootschap Onze Taal de verkiezing in 2007 van het Amsterdamse vertaalbureau overnamen.

Project X-feest

Ontvrienden (2009) en selfie (2013) hoor je iedere dag; ze horen bij de ecotoop van de sociale media en die slokken dagelijks vele uren van menige taalgebruiker op. Gedoogregering (2010) en tuigdorp (2011) zijn eendagsvliegen gebleken, tezeer vastgeklonken aan de actualiteit van dat moment. Dagobertducktaks, de meest recente winnaar, heeft niet eens de eerste maanden van het nieuwe jaar overleefd en dat is het verdiende loon voor zo’n taalgedrocht.

Voor het Vermoeden van Velvet Vox is project X-feest een twijfelgeval. Er is een link met technologie en het digitale domein: feesten die bezoekers trekken via sociale media. Het fenomeen ontstond spontaan onder de gebruikers, het publiek, en is sindsdien een veel gebruikte tactiek van marketeers om merken en producten onder de aandacht van de consument te brengen. Maar in Nederland beleefde het woord zijn Waterloo, want in het Groningse villadorp Haren liep een via de sociale media geëxplodeerd feest uit op een ordeloze bende die wereldnieuws werd. Al wordt de methode dagelijks gebruikt om boodschappen als lopend vuur door de virtuele gemeenschappen te jagen, het woord project X-feest is dankzij de negatieve connotatie in onbruik geraakt.

Welkomstwinkel?

De actualiteit van 2015 laat zich aflezen aan de tien woorden die Van Dale voor de verkiezing van het woord van het jaar heeft genomineerd. Op het eerste gezicht lijkt 2015 het jaar van het terrorisme te zijn, want drie woorden hebben betrekking op haatdragende baardmannen uit zanderige milieus en hun terreurcampagne: cyberkalifaat, je suis… en jihadgala. Eén woord is verwant: vluchtelingenhek, en één woord zou het kunnen zijn (al heb ik geen idee wat het betekent): welkomstwinkel.

De wereld van technologie – of liever: het gebruik van digitale technologie  voor informatie en communicatiedoeleinden – heeft drie woorden aangeleverd: poortjesspringer (daar weten ze op het Centraal Station van Rotterdam alles van), selfiedode (meer slachtoffers door het maken van een selfie dan door aanvallen van menshaaien) en sjoemelsoftware.

Sjoelmelsoftware

Dat laatste woord gaat hem worden, de topper van 2015. Want al staat terrorisme in het brandpunt van de actualiteit, ons leven wordt nóg meer gedomineerd door technologie. Het is geen positief woord, sjoemelen is rommelen met de regels. Maar ondanks zijn negatieve klank zal sjoemelsoftware de komende jaren nog vaak opduiken in ons taalgebruik, want het typeert een fundamentele eigenschap van digitale technologie: bedrieglijkheid. Daar zullen we het in de komende afleveringen van dit blog vaker over hebben, want er zit niet alleen software in een auto.

Overigens is het geen kunst om te voorspellen dat sjoemelsoftware het woord van het jaar zal blijken. Het genootschap Onze Taal kiest jaarlijks zelf een woord, zonder publieksverkiezing. En het genootschap heeft een trefzekere hand: twitteren (2009), gedoogsteun (2010), weigerambtenaar (2011), plofkip (2012), participatiesamenleving (2013) en rampvlucht (2014). Driemaal raden wat men dit jaar kiest.

→ Doe hier mee aan de verkiezing van het woord van het jaar

Lees ook

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie