Audio alchemist

Delia Derbyshire - Audio Alchemist

Delia Derbyshire (1937-2001) maakte soundscapes voor massamedia: radio, televisie en film. Ze pionierde het vak van sound design en inspireerde popmuzikanten. Een echte audio alchemist.

De BBC Radiophonic Workshop opende op 1 april 1958. Het was een experimentele geluidsstudio, opgezet om achtergrondmuziek en geluidseffecten te vervaardigen voor radio- en tv-programma’s van de Britse staatsomroep. Daar maakten creatieven en geluidstechnici anoniem ‘geluidsbehang’. Ze werkten met de electronica van toen; bandrecorders en toongeneratoren, en weinig meer. De medewerkers van de Workshop waren even anoniem als hun achtergrondmuziek. De BBC publiceerde hun namen niet op de aftiteling of in de programmagids.

Pas tientallen jaren later kreeg Delia Berbyshire het krediet voor haar titelmuziek van de langlopende Britse tv-serie Dr.Who (1963), een legendarische herkenningstune die elektronische muziek introduceerde bij het grote publiek. Vijftig jaar later is die tune hét symbool voor het op wetenschap gebaseerde vooruitgangsdenken van de jaren zestig. Het is tevens Derbyshires iconische handtekening-in-geluid.

Dr. Who Original Theme Music (1963)

Tegenwoordig geniet Delia Derbyshire de reputatie van onbezongen koningin van de Radiophonic Workshop die ze verdient. Van de tientallen muzikanten en technici die tussen 1958 en 1998, toen de afdeling werd wegbezuinigd, in de het Londense BBC-gebouw Maida Vale hebben gewerkt, was zij de meest getalenteerde, de meest avontuurlijke, de meest gedurfde, de meest visionaire. En, blijkt achteraf, de meest invloedrijke.

Geluidsmanipulatie

Het genie van Derbyshire was dat ze van musique concrète, abstracte avant-garde klanken, voor iedereen toegankelijke popmuziek maakte. De term musique concrète was eind jaren veertig van de vorige eeuw gemunt door Pierre Schaeffer, de Franse componist die met de bandrecorder geluiden opnam. Dat nieuwe apparaat, na de Tweede Wereldoorlog beschikbaar gekomen, maakte het mogelijk om geluid te manipuleren. Door het te versnellen, te vertragen, van echo te voorzien of achterstevoren af te spelen. Dat was allemaal nieuw, onontgonnen terrein.

In de jaren vijftig, de oertijd van de elektronische muziek, maakte men onderscheid tussen de musique concrète van Schaeffer (die bestaand geluid opnam en bewerkte) en de ‘pure’, geheel met elektrische apparatuur als filters en oscillatoren gegenereerde Elektronische Musik van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen. Schaeffers musique concrète was een academische affaire, ondoordringbaar  voor ongeoefende oren (Stockhausens muziek trouwens ook). Delia Derbyshire gebruikte Schaeffers methode en kleedde er een popdeuntje mee aan, het thema van Dr. Who. Voor een hele generatie was het de eerste kennismaking met elektronische muziek.

The making of the Dr. Who tune (1989)

Derbyshire moest haar plek veroveren. Afgestudeerd in wiskunde en muziek aan de universiteit van Cambridge, solliciteerde ze in 1959 naar een studiofunctie bij platenmaatschappij Decca. Daar kreeg ze te horen dat “de studio geen plek is voor een vrouw”. Een jaar later accepteerde de BBC haar als stagaire voor de functie van studio manager, een creatieve baan die haar paste als een handschoen. De stagiaire had aan een eenregelig verzoek van een programmamaker genoeg om een geluidshoorspel van dertig minuten maken. Ook draaide ze haar hand er niet voor om uit dierengeluiden een herkenningstune te boetseren.

Mattachin (1968)

Bij haar Workshop-collega’s stond Delia Derbyshire bekend als de ultieme planner. Ze analyseerde de opdracht, brak het ‘probleem’ op in kleine brokken en bedacht voor elke stap een oplossing, daarbij geholpen door vrij associerend, lateraal denken. Als wiskundige had ze oog voor structuur en in creatief opzicht was ze een conceptualist. Soms componeerde ze op de fiets, in haar hoofd. Het is voorgekomen dat het ritje van haar woning op Clifton Villas, boven de bloemenwinkel, naar het nog geen kilometer verderweg gelegen BBC-gebouw Maida Vale eindigde aan de overkant van de Thames.

The Delian Mode (1968)

Abstract geluid was haar passie, een fysieke passie volgens haarzelf. “Ik wil originele, abstracte elektronische geluiden maken en die op een aantrekkelijke, toegankelijke wijze organiseren,” zei ze jaren later over haar muziek. Een fraai voorbeeld van haar werkwijze is de muziek die ze in 1971 componeerde ter gelegenheid van het honderjarig bestaan van het Institute of Electrical Engineering.

Derbyshire nam de term IEE100 als uitgangspunt. Uit de morsecode voor de letters IEE creëerde ze een ritmische puls. Voor de melodie baseerde ze zich op de accoorden B, E, E en C. De B is de I, maar dan een octaaf lager en de C staat voor de Romeinse notatie van het getal 100. Het resultaat (niet op YouTube) is vergelijkbaar met haar werkstuk Pot Au Feu (1968).

Pot Au Feu (1968)

In 1966 bezocht Paul McCartney, bassist van The Beatles, een bijeenkomst van Delta Unit Plus. Achter die naam verscholen zich drie voorvechters van elektronische muziek: Peter Zinovieff (die een paar jaar later de eerste Engelse synthesizer, de VCS3, zou ontwerpen), Delia Derbyshire en haar Radiophonic Workshop-collega, Brian Hodgson. Naast lezingen verzorgde Delta Unit Plus regelmatig presentaties voor de psychedische scene van London, op dat moment in zijn embryonale fase.

McCartney was geïnteresseerd in elektronische muziek en werd door Derbyshire rondgeleid in het laboratorium van Zinovieff, maar tot een abstract electro-acoustisch arrangement van Yesterday is het nooit gekomen. Wel vroeg Yoko Ono aan Derbyshire om het geluid te verzorgen bij een van haar performance films. Ook maakte ze de soundtrack bij de eerste Electronic Fashion Show.

Pink Floyd

Delia Derbyshire verkeerde met de rock royalty van swinging Londen. Met haar zwierige cape en breedgerande hoed viel ze niet uit de toon. Enthousiast leidde ze prominente rocksterren  als Jimi Hendrix en Brian Jones (Rolling Stones) rond in de werkruimtes van de Workshop.

In oktober 1967 kwam Pink Floyd op visite in Room 12 van de BBC studio. Syd Barrett, de oprichter die de groep begin 1967 zou verlaten, noemde de Radiophonic Workshop-soundtrack bij de science fiction tv-miniserie Quatermass and the Pitt (1958-59) een belangrijke invloed op het avontuurlijke, ‘spacy’ geluid van de groep.

Na afloop van het bezoek aan de Workshop reed Derbyshire Pink Floyd per taxi naar de woning van Zinovieff en introduceerde de VCS3 bij de groep. Van alle Britse rockbands is Pink Floyd het meest schatplichtig aan de excentrieke producer met het lage stemgeluid en haar geaffecteerde dictie. De baspartij van het Dr. Who thema klinkt door in One of These (van Floyds 1971 album, Meddle: kant 1, track 1). De VCS3 is prominent aanwezig op On The Run (Dark Side of the Moon: kant 1, track 2).

Pink Floyd – One of These Days

Floyd-bassist Roger Waters hanteerde Derbyshires aanpak om uit omgevingsgeluid muziek te creëren voor het album Music from The Body, dat hij in 1970 maakte met dichter en elektronisch componist Ron Geesin. De soundtrack bij een documentaire over de menselijke anatomie gebruikt lichaamsgeluiden. Die methode loopt vooruit op Dark Side of the Moon (1973), dat opent en sluit af met een hartslag.

Het idee om opnames van mensen die praten over hun leven te monteren tot geluidspoëzie – waar Dark Side of the Moon vol mee zit – is direct geïnspireerd door de reeks Inventions For Radio, die Derbyshire in 1964 met de dichter Barry Bermange voor de BBC maakte. Het is radio op zijn best. Hieronder het fragment Falling uit de eerste aflevering, The Dreams. Merk op hoe Derbyshire via montage ritme en melodie creëert.

Falling (1964)

Na Dark Side of the Moon begon Pink Floyd te werken aan een album met de werktitel Kitchen Utensils, waarop de muziek werd geproduceerd door het bewerkte geluid van keukengerei te monteren tot het collage. Het project was volledig in de geest van Delia Derbyshire, maar werd na een paar weken afgebroken. Derbyshires idee om de hartslag te koppelen aan ritmisch gemonteerde citaten is te beluisteren in de radiodocumentaire, Sculptress of Sound, die de BBC in 2010 over haar maakte. Het bedoelde fragment is te horen rond 39:00.

Sculptress of Sound (2010)

Delia Derbyshire, geboren in 1937 in Coventry in een – naar eigen zeggen – ‘upper middle class Catholic’ omgeving, groeide op met het geluid van luchtalarm. Tijdens de blitz van 1940-1941 zijn weinig Engelse steden zo vaak gebombardeerd als Coventry. “Mijn liefde voor abstracte geluiden kwam van de alarmsirenes. Als kind weet je niet waar dat geluid vandaan komt. Daarna kwam het geluid van het ‘alles veilig’. Dat was elektronische muziek.”

In hetzelfde interview, uit 2000 voor Boazine, zei ze: “Het geluid van klompen op kinderkopjes moet een grote invloed zijn geweest. Dat ritmische klossen van werklui die om zes uur ’s ochtends naar de fabriek gaan.”

Ambient

Voor de BBC produceerde Derbyshire heel uiteenlopend werk, van jingles voor de locale radiostations van de BBC (nieuw in de jaren zestig) en tunes voor, bijvoorbeeld, natuurdocumentaires tot de soundscapes bij experimentele radiohoorspelen. Haar compositie Blue Veils and Golden Sands werd in 1967 gebruikt als achtergrondmuziek bij de documentaire The Last Caravans, in de reeks The World About Us. Het was ambient, een klein decennium voor Brian Eno de term bedacht. De ‘gecastreerde hobo’ (haar woorden) in de soundscape is het bewerkte geluid van haar stem.

Blue Veils and Golden Sands (1967)

Gevoel voor humor had Derbyshire ook. Ze gebruikte het pseudoniem Li De La Russe voor haar bijdragen aan het programma The Tomorrow People en ze benutte haar groene lampenkap als geluidsbron. Toen Ron Grainer, componist van het Dr.Who thema (en menige andere Engelse tv-tune) Derbyshires arrangement voor het eerst hoorde, zei hij verrast: ‘Heb ik dat geschreven?’ Delia’s droge reactie: ‘Most of it.’ Voor Out of the Unknown, een andere science fiction serie, soundtrackte ze een groep robotten die een geloof hebben ontwikkeld en hun profeet toezingen. Ze zingen ‘praise the master’, maar dan achterstevoren.

Ziwzih Ziwzih OO-OO-OO (1968)

Wie luistert naar Hey Sexy van de Zuid-Afrikaanse rave rap act Die Antwoord, te vinden op hun tweede album Ten$ion uit 2012, hoort Derbyshire.  Die Antwoord kent overigens hun elektronische muziek, ze hebben ook Aphex Twin gesampeld.

Die Antwoord – Hey Sexy

Al die muziek en soundscapes maakte Delia Derbyshire zonder synthesizers of computers, uitsluitend met behulp van een bandrecorder en eventueel een toongenerator, door haar de ‘wobbulator’ genoemd. Ze zag die beperking als een uitdaging: “Je hebt discipline nodig om echt creatief te kunnen zijn,” zei ze in een interview uit 1999.

Tape music is het resultaat van een arbeidsintensief en tijdrovend procedé: geluiden opnemen, stukjes band knippen, loops plakken en bewerken, om vervolgens alle onderdelen via eindeloos kopiëren tot een geheel samen te brengen.

Veel vroege elektronische muziek, ook het werk van Derbyshire, werd door toenmalige luisteraars als ‘eng’ of ‘onwerelds’ ervaren, onbekend als men was met geluiden die niet in de natuur voorkwamen. En weinig muziek is enger dan The Black Mass, het slotnummer van White Noise’s debuutalbum, An Electric Storm (1969).

White Noise – The Black Mass

White Noise was een project van Delia Derbyshire en Delta Unit Plus-collega Brian Hodgson, in samenwerking met de Amerikaanse muziekstudent David Vorhaus. Ze ontmoetten elkaar na een Delta Unit Plus lezing over elektronische muziek. Vorhaus omschreef haar jaren later als “heel intelligent, heel analystisch, fel en een beetje gek”. Het White Noise-album is volstrekt uniek, het enige voorbeeld uit de muziekgeschiedenis van pop musique concrète. De openingstrack, Love Without Sound, klinkt een kleine halve eeuw later nog even spooky en toegankelijk – een hele merkwaardige combinatie – als de dag waarop het verscheen.

White Noise – Love Without Sound (1968)

https://youtube.com/watch?v=K6pTdzt7BiI

Na een productietijd van een jaar verscheen An Electric Storm in 1969 nog net op tijd, want de technologische ontwikkelingen hadden het bewerkelijke handwerk van tape snijden en plakken ingehaald. De eerste Moog synthesizers waren op de markt verschenen en musique concrète was op slag passé.

Derbyshire was geen liefhebber van de onbetrouwbare synths – de voltage-controlled analoge bakken ontstemden bij de geringste temperatuurschommeling – en ook de VCS3, in feite een sequencer, kon haar maar matig bekoren. Ze raakte meer en meer teleurgesteld in de richting waarin elektronische muziek,zich ontwikkelde en halverwege de jaren zeventig verliet ze de BBC. Haar archief kieperde ze in de achterbak van haar auto, om de dozen met honderden tapes nooit meer te openen.

Weggesaneerd

En helemaal onbegrijpelijk was dat niet, want de RadiophonicWorkshop raakte langzaam maar zeker zijn pioniersgeest kwijt—om in 1998 door een marketingdame, door de BBC weggehaald bij een zojuist failliet verklaard bedrijf, erop te worden gewezen dat hun bijdrage aan de jaarrekening nul was en de afdeling dus overbodig. Niet alleen het werkklimaat veranderde gaandeweg, ook de technologie en dus de muziek evolueerden.

Dat is goed af te horen aan haar bekendste werkstuk. Derbyshire werd regelmatig gevraagd de Dr. Who tune te updaten, maar ze was nimmer tevreden met de gloss die de laatste studio-gadgets aanbrachten. Haar originele arrangement is nimmer overtroffen, zoals aan onderstaande compilatie van de opeenvolgende en steeds meer verSpielbergte Dr. Who themas is af te horen.

50th Anniversary Edition (2013)

Pas twintig jaar later, toen de house/techno revolutie in alle hevigheid had toegeslagen en Aphex Twin in interviews haar naam noemde, kreeg Derbyshire weer belangstelling voor electronica. Ze werkte met Pete ‘Sonic Boom’ Kember, medeoprichter van Spacemen 3, aan nieuw materiaal toen ze in 2001 aan borstkanker overleed.

Sindsdien is haar ster alleen maar gerezen, al ontbreekt het nog steeds aan een fatsoenlijk carrièreoverzicht op cd of vinyl (de eerste poging, Electrosonic uit 2008, is niet meer leverbaar). De universiteit van Manchester heeft het op zich genomen Derbyshires archief op orde te brengen en wellicht ligt er nog een cd-retrospectief in het verschiet.

Post-feminist

Delia Derbyshire was haar tijd ver vooruit. Haar enthousiasme voor en geloof in de mogelijkheden van elektronische muziek werden niet begrepen door het toenmalige establishment, de BBC directie en menige programmamaker, noch de klassieke muziek-elite. De rol van vrouwen in de ontwikkeling van de Britse electronica is groot, maar lang onderbelicht gebleven.

Niet alleen Derbyshire, ook Workshop-oprichtster Daphne Oram en Workshop-collega’s Maddalena Fagandini, Elizabeth Parker en Glynis Jones kregen in pre-feministische tijden niet het krediet dat ze verdienden. “Ik denk dat ik een post-feminist was voordat het feminisme werd uitgevonden,” zei Derbyshire daarover in 2000. Pas na haar overlijden is de waardering voor haar werk op gang gekomen.. In 2004 maakte de BBC, geheel in stijl, een radiodocudrama over de audio alchemist uit Coventry.

Blue Veils and Golden Sands

De invloed van Delia Derbyshire is groot. Niet alleen kwam via de Dr. Who tune een breed publiek in aanraking met ‘de muziek van de toekomst’, haar op klank gefocuste werkwijze is een lichtend voorbeeld voor de jongste generatie electronica producers. Haar producties zijn sonische beeldhouwerken, composities van geboetseerd geluid.

Ze was als surrealist actief in audio en haar tijdrovende plak-en-knip werk mag dan zijn vervangen door het gemak van de digitale synthesizer, de laptop producers van nu doen er goed aan de pre-sets weg te gooien en zich te concentreren op waar het bij elektronische muziek om draait: geluid en textuur.

Sound design

Wat Delia Derbyshire met haar analytische intuïtie pionierde voor de radio en tv-programma’s van de BBC, is vandaag de dag standaard in de filmindustrie—sound design. Hoezeer ze met haar conceptuele werkwijze en focus op textuur de weg uitstippelde voor de huidige generatie audio alchemisten blijkt uit de themamuziek die de Chileense producer Cristobal Tapia de Veer componeerde voor de surrealistische mini-serie Utopia, die BBC’s Channel 4 in 2013 uitzond. Zijn tune is briljant: spooky, toegankelijk, origineel van geluid, catchy—en ondenkbaar zonder Delia Derbyshire.

Utopia Theme Music

Bekijk ook

 

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie