David Bowie de fan

David Bowie

David Bowie was heel veel, maar ondanks zijn roem en status is hij altijd gebleven wat hij was vóór hij beroemd en gezien werd: een fan. Een persoonlijke herinnering aan een legende.

Een Britse vriend met connecties in de muziekwereld vertelde me dat David Bowie kanker had. Ik vertelde het een van mijn beste vrienden, een groot Bowie-liefhebber, en een van mijn broers, hij is muzikant. Dat was twee jaar geleden.

Ze zeggen wel eens dat het beter is om je helden niet persoonlijk te ontmoeten, dat verstoort het beeld dat je van hen hebt, het ideaal. David Bowie was de uitzondering. Buitengewoon charmante man. Sterk in de conversatie. Breed en actueel geïnformeerd. Bovengemiddeld intelligent en ad rem. Veel gevoel voor humor, inclusief zelfspot. Erudiet ook. Duidelijk een liefhebber.

David Bowie was heel veel, maar ondanks zijn roem en status is hij altijd gebleven wat hij was vóór hij beroemd en gezien werd: een fan. Als tiener was hij wekelijks in de platenwinkel te vinden om de nieuwe releases te checken en hij is zijn leven lang de nieuwe muziek blijven volgen. Bowie het instituut en Bowie de fan waren een en dezelfde persoon.

Charmant en nuchter

Typerend is de anecdote van de Italiaanse muzikant en producer Alex Puddo, die woont in Kopenhagen. Hij plaatste het na het overlijden van Bowie. “Het was in 1996/97 in Kopenhagen, waar ik speelde met mijn band Nerve in Valby Hallen (red. in het voorprogramma van Bowie). Na ons optreden kwam hij naar onze kleedkamer om goeiedag te zeggen en te kletsen. Hij was complimenteus en heel aardig tegen ons. Charmant en nuchter. Ik had zelfs de kans om Ragazzo solo ragazza sola (de Italiaanse versie van Space Oddity) voor hem te zingen. Hij keek me aan en moest lachen.”

Bowie de liefhebber financierde de documentaire Scott Walker: 30 Century Man, over het jaren zestig-popidool dat de roem vaarwel zei en als een muzikale hermiet de reis naar het onbekende begon en een avant-garde artiest werd. Bowie was een groot bewonderaar van Walker, die voor hem een van zijn belangrijkste inspiratiebronnen is geweest. Hij leerde Jacques Brel kennen via Scott Walker.

David Bowie zingt My Death van Jacques Brel

Bowie had een ragfijne neus voor talent, hij had een extreem goed ontwikkelde smaak voor het nieuwe, het andere. Hij sneed dwars door de ruis van imago en blabla om de pareltjes er uit te pikken, vaak ver voor de rest het door had. Al heeft hij een paar dozijn klassieke liedjes geschreven, genoeg om een setlist van drie uur mee te vullen, Bowie speelde vaak en gretig nummers van anderen. Dat vond hij fantastische liedjes. Die had hij het liefst zelf geschreven.

David Bowie zingt Cactus van The Pixies

Veel kunstenaars, ook muzikanten, lezen geen kritieken van hun werk, uit zelfbescherming of uit desinteresse. David Bowie vroeg me om een recensie. Ik sprak hem voor het eerst in 1990, in Hotel Amercain in Amsterdam. Hij was op dat moment zanger en gitarist van Tin Machine en de rest van de band was er ook. Na afloop van het gesprek, zelf dacht ik: interview, stelde hij voor dat ik, alleen voor hem, een recensie van het laatste album zou schrijven. Hij was geïnteresseerd in mijn mening! Typisch Bowie, dat mengsel van aan manipulatie grenzende charme en oprechte belangstelling.

Een paar weken later liep ik door de catacomben van Vredenburg in Utrecht, waar Tin Machine die avond had opgetreden. In mijn zak een dubbelgevouwen vel met mijn plaatbespreking. Bowie stond naast de deur van de kleedkamer, ontspannen tegen de muur geleund, te roken. Hij was me niet vergeten.

Een jaar later, zomer 1991, sprak ik Bowie voor de derde en laatste keer. Tin Machine repeteerde in Dublin voor de aankomende tournee die zou volgen op de release van het nieuwe, tweede album van de groep. Ditmaal had hij een sikje, voor de rest was hij niet veranderd. In het oefenhok, tussen de apparatuur en instrumenten, hebben we drie kwartier zitten praten. Hij zat op een kratje, ik ook. Alsof je met vrienden bent.

De kracht van kunst

De Schotse groep Simple Minds heeft zich vernoemd naar een citaat uit een nummer van David Bowie. In Jean Genie komt deze tekstregel voor: ‘He’s so simple minded he can’t drive his module / He bites on the neon and sleeps in the capsule / Loves to be loved, loves to be loved.’ Zanger Jim Kerr is zijn leven lang gefascineerd gebleven door David Bowie. In 1996 vertelde hij tegen Mojo Magazine, naar aanleiding van Bowie’s vertolking van Starman op Top of the Pop in juli 1972: “When you’re 13 and you live on a council estate in Glasgow and this guy turns up who you’ve a crush on and you’ve no idea if you’re gay, well that blows your mind.”

Jim is niet gay gebleken, kunnen twee ex-echtgenotes bevestigen. Op de eerste dag van het Bowieloze Tijdperk stuurde ik hem per email een bericht. Bedoeld als troost liet ik weten dat Simple Minds dan wel door David Bowie waren geïnspireerd, maar dat Bowie de fan ook naar Simple Minds had geluisterd. Luister mee:

David Bowie zingt No Control van David Bowie

Jim mailde terug. Zijn reactie raakt de kern: “Looking at the bigger picture, and taking in the worldwide reaction, it is amazing just how much the power of music/art/culture can have on people.” Daarom is David Bowie een van de grote kunstenaars van de 20ste eeuw, of eigenlijk van alle tijden. Hij bracht miljoenen in contact met het onbekende, het andere. Hij opende miljoenen de ogen voor schoonheid.

Ik zal het maar eerlijk bekennen. Ik laat mijn haar knippen zoals Bowie het draagt in die clip van Cactus. Fantastisch kapsel, fantastische man.

David Bowie live in Berlijn

Meer

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie