Het geluid van de toekomst

Forbidden Planet - Het geluid van de toekomst

Sciencefictionfilms van vroeger beeldden de toekomst ook uit in klank. Tien bijzondere, baanbrekende of tijdloze elektronische soundtracks die het geluid van de toekomst lieten horen toen die nog iets was om naar uit te kijken.

In Amerika en West-Europa kwam sciencefiction als filmgenre op na de Tweede Wereldoorlog. De vooroorlogse SF-films die nog steeds het aankijken waard zijn – opmerkelijk genoeg allemaal Europese producties – kun je tellen op de vingers van één hand (en dan houd je nog twee vingers over): Metropolis en Frau in Mond, beide stom en beide van Fritz Lang, plus Things To Come, een Britse productie van William Menzies naar het boek van H.G. Wells. Daar zit een orchestrale geluidsband onder.

Maar vanaf 1950 ging het los, de jaren vijftig staan bekend als het gouden tijdperk van de sciencefictionfilm. Destination Moon (1950) is de eerste Amerikaanse speelfilm over ruimtevaart, met een klassieke soundtrack van filmcomponist Leith Stevenson. Er verschenen vervolgens films over aliens (de eerste was The Thing from Another World, 1951) en ufo’s (The Day The Earth Stood Still, 1951). Ook onder die films is geen elektronische muziek te horen, want die bestond nog niet.

Forbidden Planet (1956)

Forbidden Planet is de eerste film, uiteraard sciencefiction, met een volledig elektronische soundtrack. Daarvoor verantwoordelijk is het echtpaar Louise & Bebe Barron, die alle piepjes en kraakgeluiden uit zelfgebouwde apparatuur wisten te persen.

Midden jaren vijftig moest de synthesizer nog worden uitgevonden, elektronische muziek stond nog in de kinderschoenen. Er zijn weinig briljantere soundtracks gemaakt en al helemaal niet met zulke brakke spullen.

Star Wars-fans opgelet, hier hebben George Lucas en John Williams de mosterd vandaan:

Ikarie XB-1 (1963)

Het baanbrekende Ikarie XB-1, ook wel bekend als Voyage to the End of the Universe, is typerend voor de bloei van de Tsjechische cinema in de jaren zestig—en de kwaliteit van Oostblok-sciencefiction in het algemeen. In de jaren twintig waren er in Rusland al een aantal spectaculaire, stomme en opmerkelijk ‘wetenschappelijke’ SF-films gemaakt.

Het jaar is 2163 en de bemanning van Ikarie XB-1 komt op hun reis naar Alpha Centari een verlaten ruimteschip tegen. Dat blijkt onbekende (en onzichtbare) gevaren te bevatten. Klinkt bekend, Alien-liefhebbers? Ook de elektronische soundtrack is baanbrekend. Die is van Zdenek Liska, de Tjechische Ennio Morricone.

The Andromeda Strain (1971)

The Andromeda Strain van regisseur Robert Wise (de Hollywood-veteraan verantwoordelijk voor The Day the Earth Stood Still) is de eerste film naar een boek van Michael Crichton. Het zou niet zijn laatste boekverfilming zijn: Jurassic Park is ook van zijn hand. Was de Amerikaanse SF-film van de jaren vijftig gericht op novelty en sensatie, in de vroege jaren zeventig overheerste vervreemding, ook in de Hollywood-variant van sciencefiction.

De klankwereld van The Andromeda Strain is net zo kil en klinisch als de wereld die de filmbeelden laten zien. Daarvoor verantwoordelijk is jazzsaxofonist en Blue Note recording artist Gil Mellé. Hij maakt zijn elektronische soundtrack – net als het echtpaar Barron deed voor Forbidden Planet – met zelfgebouwde apparatuur.

Solaris (1972)

Het beroemdste voorbeeld van Oostblok-sciencefiction is Solaris, van de Russische regisseur AndreiTarkovsky (die van Stalker), naar het boek uit 1961 van de Poolse SF-gigant Stanislav Lem. Solaris was lange tijd de enige film die kon wedijveren met Stanley Kubricks SF-mijlpaal 2001: A Space Odyssey.

Net als die film heeft Solaris een briljante soundtrack, maar dan met speciaal voor de gelegenheid geproduceerde, elektronische muziek van Eduard Artemyev. Die verklankt de vervreemdende, onthechte sfeer van de film: muziek als geest.

Demon Seed (1977)

Electronica-pionier Delia Derbyshire heeft enkele elektronische soundtracks voor horrorfilms gemaakt en die vallen niet onder de noemer easy listening, spookachtig en griezelig als ze zijn.

Filmpcomponist Jerry Fielding gaat nog een stapje verder met zijn soundtrack van de Britse horrorfilm Demon Seed, over een vrouw (vertolkt door Julie Christie) die zwanger raakt van de duivel en een duivelskind baart. Fieldings atonale electronica is niet alleen een unicum in het genre, het is bovenal een studie in uneasy listening.

Sorcerer (1977)

De sequencer hebben we te danken aan het elektronische trio Tangerine Dream uit Berlijn. De repetitieve baslijntjes figureren prominent in hun muziek, waarmee ze in de jaren zeventig even populair werden als Pink Floyd. Hun lange, sferische, instrumentale en vaak via improvisatie tot stand gekomen tracks maakten van hun optredens regelrechte trips in geluid.

Het wachten was op een slimme filmproducer die hen voor een soundtrack zou weten te strikken. Dat gebeurde in 1977, voor de Hollywood-remake van Henri Clouzots jaren vijftig-klassieker Le salaire de la peur (Het konvooi van de angst). Daar zou het niet bij blijven, Tangerine Dream voorzag zo’n dertig films van een score. Dit is eerte en wellicht de beste.

L’Humanoïde (1979)

Quentin Tarantiona was niet de eerste die B-filmgenres mengde tot verse hutspot. Uit Italië komt deze pastiche op Star Wars, gekruid met western-elementen, een soort space western on acid. En regisseur Aldo Lado (die als George B. Lewis op de titelrol staat) maakte de grap compleet door niemand minder dan Ennio Morricone te vragen voor de soundtrack.

Tussen diens meer dan vijfhonderd filmscores zit dus ook de collage van chromatische muziek, atonaliteit en electronica die Morricone aanleverde voor deze spaghetti SF-film. Vangelis, die van de Bladerunner-soundtrack, heeft er ook naar geluisterd.

Electric Dreams (1984)

Een andere veelschrijver van filmscores is Giorgio Moroder, de man die de sequencer van Tangerine Dream op de dansvloer duwde. Enter Donna Summer en I Feel Love, en de dansclub was nooit meer hetzelfde. Die twee hoofdlijnen van Moroders oeuvre, dansmuziek en filmmuziek, komen fraai samen in een van zijn leukste soundtracks.

De film Electric Dreams verhaalt over een intelligente computer met romantische aspiraties. Ach, het zijn de jaren tachtig en de PC is net het huis binnengedrongen. Film en soundtrack vormden de inspiratie voor zijn productie van The Humans Leagues Together in Electric Dreams, een hit uit 1984.

In de clip zitten beelden uit de film Electric Dreams verwerkt: het muzikale duel tussen de computer en de celliste, het object van zijn dromen. Moroder is een leuke man, dat kun je in het fragment horen.

For All Mankind (1989)

In 1989 bracht NASA deze film uit over het Apollo-project en de vijf maanreizen die de Amerikanen tussen 1969 en 1972 ondernamen. Uit de honderden uren aan beeldmateriaal die de astronauten tijdens hun avonturen schoten, werd een bijzondere film samengesteld. Voor de muziek – sommigen zouden zeggen: geluid – bij de documentaire tekende Brian Eno, in 1983 uitgebracht op het album Apollo, dat hij maakte met zijn broer Roger en Daniel Lanois.

De producer en ideeënman Eno had een kleine tien jaar daarvoor het begrip ambient music (omgevingsmuziek; muziek om in te wonen, als het ware) geïntroduceerd en er is geen betere soundtrack denkbaar bij deze film. Hoe verklankt je onaardse landschappen en peilloze leegtes? Zo dus. De geluidsband werd overigens al zes jaar daarvoor en met de beelden in gedachten opgenomen. We horen de muziek van de gewichtloosheid.

Breaking and Entering (2006)

Elektronische muziek is minder eenkennig dan sommigen beweren en laat zich makkelijk (en graag) mengen met akoestische muziek, orchestraties voorop. De combinatie van strijkers en electronica is geknipt voor film en een wonderschoon voorbeeld is de samenwerking tussen de Frans-Libanese filmcomponist Gabriel Yared, Karl Hyde en Rick Smith.

De laatste twee maakten als Underworld clubtracks die onder onder tientallen films zijn te horen, van Vanilla Sky tot Danny Boyle’s Sunshine. Breaking and Entering is evenwel een originele score, hier in zijn geheel te horen. De toekomst is het heden geworden.

Meer

 

 

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie