De onbetrouwbare wereld van Philip K. Dick

Philip K. Dick was ooit een cult-auteur. Nu is hij een inspiratiebron voor denkers en filmmakers. Veel van zijn surreële ideeën zijn werkelijkheid geworden.

Tijdens zijn leven werd Philip K. Dick (1928-1982) nauwelijks serieus genomen. Zijn boeken waren te vreemd, te bizar voor het grote publiek; ze werden alleen gewaardeerd door collega-SF auteurs en liefhebbers van sciencefiction. Het literaire establishment moest niets hebben van buitenissige toekomstfantasieën en al helemaal niet van Dick. Rare man, drugsgebruiker en bovendien geestelijk niet helemaal stabiel. Warhoofd.

Maar het kan verkeren. Tijdens zijn leven gemarginaliseerd, is Dick ruim een generatie later de meest invloedrijke auteur van de sciencefiction canon. Zijn belangrijkste werken zijn uitgegeven in de prestigieuze Library of Congres reeks. Ubik, wellicht zijn meesterwerk, is door Time magazine uitgeroepen tot een van de honderd beste Engelstalige romans van de afgelopen eeuw.

Zijn boeken vormden de basis voor een dozijn speelfims, waaronder klassiekers als Blade Runner (Ridley Scott), Total Recall (Paul Verhoeven) en Minority Report (Steven Spielberg). Isa Dick Hackett, Dicks dochter uit diens vierde huwelijk, produceerde The Adjustment Bureau (George Nolfi), met Matt Damon en Emily Blunt. Er volgen er meer, Hollywood heeft verschillende romans ‘in ontwikkeling’.

De roman The Man in the High Castle, waarmee Dick in 1963 zijn eerste erkenning verwierf, is bewerkt tot tv-serie, geproduceerd door Ridley Scott, een zelfverklaarde Dickhead, en Isa Dick Hackett; het eerste seizoen heeft een vervolg gekregen. Acteur/producer Bryan Cranston heeft van de erven toestemming gekregen om alle 121 verhalen van Dick te verfilmen voor de anthologie-tv-serie Philip K. Dick’s Electric Dreams.

Waarom herkennen we ons in het digitale tijdperk zo goed in wat bij verschijning als marginaal werd weggezet? Waarom is het werk van Dick een halve eeuw na publicatie zo griezelig actueel?

Luchtje voor de ziel

Philip K. Dick woonde en schreef zijn leven lang in Californïe, de zevende economie van de wereld en de plek waar de toekomst wordt uitgevonden. In de jaren zestig, toen Dick het hart van zijn oeuvre uit de typemachine ratelde – vaak in sessies van twee weken, met amfetamine als brandstof – waren computers exotische kolossen en bestond er nog geen Silicon Valley. In en om Berkeley, de universiteitsstad nabij San Francisco, bloeide de beatnik-subcultuur en, iets later, de alternatieve lifestyle van de hippies. Voor Dick een vrijplaats waar hij kon gedijen.

En hij zag in de jaren vijftig en zestig het leven veranderen, in Californië eerder dan in de rest van Amerika, laat staan de wereld. De dagelijkse omgeving werd sluipenderwijs meer en meer artificieel, kunstmatig, onnatuurlijk, fabrieksmatig geproduceerd. Ingericht naar functionaliteit, niet naar schoonheid. Commercie en consumentisme rukten op, solidariteit verdampte, de maatschappij versplinterde. Het leven werd plastic, een catalogus van prulproducten. Wegwerp.

Prophets of science fiction: Philip K. Dick

Dick zag hoe grote bedrijven de openbare ruimte stilaan koloniseerden en, via consumptie-artikelen, ook de privéruimte, tot er geen ontsnappen meer mogelijk was. De titel van zijn roman Ubik (1969) staat voor God, het is een spuitbus. In de wereld die Dick om zich heen zag ontstaan was spiritualiteit vermarkt tot een product van het schap, een consumptieartikel voor huishoudelijk gebruik. Een luchtje voor de ziel.

Geregisseerde werkelijkheid

Er is tegenwoordig een uitdrukking die regelmatig – in ieder geval door mij – wordt gebruikt: dat is typisch Philip K. Dick. Waarmee bedoeld wordt de verwarring tussen de werkelijkheid en mediarepresentaties van die werkelijkheid. De technische term daarvoor is simulacra, meervoud van simulacrum. Dick is de satraap van het simulacrum.

Geregisseerde nabootsingen van de fysieke realiteit vormen het hart van Dicks werk. In zijn boeken kan de hoofdpersoon zich op ieder moment, zonder aankondiging of waarschuwing, in een compleet andere, nieuwe, onbekende, onbegrepen en angstaanjagende wereld geplaatst zien. Het is alsof de lijm van de werkelijkheid heeft losgelaten.

Soms gebeurt dat door drugs. Dan is die andere wereld een verruimde (of verengde) bewustzijnstoestand die alleen in het hoofd van het personage bestaat; een chemisch geïnduceerde psychose.

Vaker is de substituutwereld die zich als echt voordoet het resultaat van manipulatie door een onzichtbare macht. Dat kan de overheid zijn; er komen diverse fascistische dictaturen voor in zijn boeken, niet zelden religieus gemotiveerd. Of het is een grote corporatie, een wereldwijd opererend bedrijf: het neoliberalisme is de dominante ideologie in Dicks werk. Het is geen zegen.

Philip K. Dick – A Day in the Afterlife (BBC Arena, 1994)

Anders dan Ayn Rand, de auteur van The Fountainhead en Atlas Shrugged, verheerlijkt Dick de vrije markt niet. Hij schetst geen kapitalistisch paradijs waarin ongebonden ondernemers floreren, eerder een dystopie waarin de verkeerde krachten hebben gewonnen. Als Rand de lievelingsschrijver van de neoliberalen is, dan is Dick de held van vrije geesten en onafhankelijke denkers.

De protagonisten van Philip K. Dick zijn niet de radicale non-conformisten die de romans van beatnik-auteur William Burroughs (Junkie, Naked Lunch, The Soft Machine) bevolken. Dicks helden zijn anti-helden. Kleine luiden, de Joe Averages van het bestaan, vaak sloebers en soms sukkels, maar altijd schikkelijke individuen die worden gemangeld door krachten achter de zichtbare werkelijkheid. Ze leven in een schijnwereld, een geregisseerde werkelijkheid. Het scenario van The Truman Show had uit zijn pen kunnen komen.

De fictieve orde van hun leven blijkt een nachtmerrie, een doolhof waaruit Dicks anti-helden moeten zien te ontsnappen. En als dat niet mogelijk is: moeten zien te overleven. Wellicht dat Dick daarmee iets zegt over het gevoel waarmee hij zelf door het leven ging en zijn positie bezag in de plastic samenleving met totalitaire trekjes die hij om zich heen zag uitkristalliseren: de Verenigde Staten van de Great Society en het militair-industrieel complex.

Mediaverzadiging

Het idee van de virtuele wereld – de gescripte werkelijkheid, de mediarepresentatie als substituut van de fysieke realiteit – introduceerde Dick in zijn roman Time out of joint uit 1959. Het is zijn meest invloedrijke concept gebleken.

De Wachowsky broers (tegenwoordig zussen) lieten er zich door inspireren voor hun Matrix-trilogie. Virtual reality is het  speelgoed dat Silicon Valley aan de consument opdringt, nadat de verkoop van smartphones is afgevlakt en 3D-tv geen succes is gebleken.

Die virtuele wereld is een gevangenis, een schijnheilstaat waarin het individu is gereduceerd tot consument. In het korte verhaal Minority Report wordt de hoofdpersoon geconfronteerd met persoonlijke, op hem gerichte reclameboodschappen. Ze verschijnen op publieke beeldschermen. Hij is een data-set, een product. Zijn profiel is zijn identiteit.

De wereld van Philip K. Dick is vergeven van media, de mediaverzadiging is totaal. In zijn boeken heeft de kunstmatige werkelijkheid zich vóór de natuurlijke werkelijkheid gedrongen. Het vertegenwoordigt een bewustzijn waarin de ratio de intuïtie heeft uitgebannen. Het is een wereld zonder ziel. En alles is gelogen.

Inlevingsvermogen

In zijn dystopische fantasieën houdt Dick zich bezig met twee wezenlijke kwesties. De eerste: Wat is realiteit? Altijd een zinnige vraag en helemaal in een maatschappij die meer en meer stoelt op manipulatie. De tweede: Wat betekent het om mens te zijn? Die vraag is prangend in een wereld die wordt gedomineerd door technologie. Dicks antwoord: empathie. Mededogen onderscheidt de mens van dieren en machines. Een algoritme heeft geen inlevingsvermogen.

De anti-helden van Philip K. Dick functioneren zo goed en kwaad als dat gaat binnen de heersende orde. Maar er knaagt iets. Ze opereren buiten de morele dimensie, want die is afwezig. Dat onbestemde gevoel, die onrust, wordt bevestigd door een plotselinge bewustzijnsverandering, de niet-aangekondigde switch naar een virtuele werkelijkheid. Het resultaat is paranoïa: wat is echt en wat is namaak? Welk houvast is er nog als je de werkelijkheid niet kunt vertrouwen?

Het universum van Philip K. Dick vertoont trekken die aan de kwantumfysica doen denken: niets is bepaald, onzekerheid regeert. Alleen heerst die permanente staat van onbepaaldheid niet op de allerkleinste schaal van de werkelijkheid, maar op het niveau van de dagelijkse wereld. Het is een mentale constructie die elk moment uiteen kan vallen.

Philip K. Dick als robot

De technologische creatie van een onttoverde wereld wordt verkocht als utopie, maar is in werkelijkheid een totalitaire samenleving. Dat thema loopt als rode draad door Dicks oeuvre, vanaf het religieus geïnspireerde fascisme in zijn derde roman, The Man Who Japed (1956). The Man In The High Castle (1963) is een alternatieve geschiedenis: de fascisten hebben de Tweede Wereldoorlog gewonnen en Amerika is verdeeld tussen de Duitsers en de Japanners. Of zit het toch anders?

In The Simulacra (1964) is de president een niet van echt te onderscheiden namaakmens, een robot. Ze – het is een ‘vrouw’ – heerst over een totalitaire staat met Nazi-trekjes. De autoriteit als simulacrum is eveneens te vinden in The Penultimate Truth (1964) en Now Wait For Last Year (1966).

Dicks dystopieën zijn niet alleen werelden zonder ziel, ook de burgers van die totalitaire werelden worden ontzield. Ze leven als zombies in het bewustzijn van hun schepper. In Ubik, via een spectaculaire plottwist, zelfs letterlijk. USS Callister, een aflevering uit het vierde seizoen van de Dickiaanse tv-serie Black Mirror, ontleent zijn premisse aan Dicks meest geslaagde roman.

Religieuze cult

In een wereld die onleefbaar is, kun je alleen als geest bestaan. En zo verging het Dick. Of het overmatig drugsgebruik was, of de paranoïa die zich na al die jaren van scepsis en gebrek aan erkenning in het centrum van zijn bewustzijn had geplant, of een levenslang trauma over een kort na hun geboorte overleden tweelingzusje dat zijn emotionele stabiliteit had aangevreten, of dat de waan ten lange leste in zijn hoofd de plaats van de werkelijkheid had ingenomen, feit is dat Dick als middelbare man een mysticus werd. Wat hij misschien altijd al was geweest.

In 1974 had Dick een heuse mentale crisis. Onder invloed van pijnstillers maakte hij contact met God, of op zijn minst: hij ontving een boodschap van een hogere macht. Het veranderde zijn werk. Na jaren romans met metafysische trekjes te hebben geschreven, werden zijn boeken mystiek-filosofische beschouwingen. Hadden geloof en drugs hem uiteindelijk toch te pakken gekregen, merkt de Engelse SF-schrijver Brian Aldiss op in Trillion Year Spree: The History of Science Fiction.

Drugs staan centraal in A Scanner Darkly (1977), waarin een undercover politieagent een drugsgebruiker moet onderzoeken; die gebruiker is hijzelf. Het is wellicht het beste boek om kennis te maken met de wereld van Philip K. Dick: het bevat al zijn grote thema’s en heeft, zoals de meeste romans van Dick, veel humor. De schizofrenie is typerend voor de kwantum onzekerheid van Dicks universum: in de kwamtumfysica kan een deeltje op twee plaatsen tegelijk zijn. ‘I’m on two sides of the fence,’ zei de schrijver over zichzelf.

Trailer A Scanner Darkly

In de roman VALIS (1981), acroniem van Vast Active Living Intelligence System, is de messias een tweejarig meisje. Dick speelt zelf een rol in het boek als Phil, sciencefiction schrijver en verteller van de roman. Het boek is een dialoog met zijn alter ego of schizofrene modaliteit, Horselover Fat, een woordspeling op zijn naam (Philip is Grieks voor ‘houdt van paarden’ en Dick is het Duitse woord voor ‘vet’). In VALIS komen de twee samen en wordt Philip K. Dick, paradoxaal in onze wereld maar kloppend volgens de kwantumfysica, compleet.

VALIS is niet de meest geschikte kennismaking met Dick en diens denkbeelden. Dat in de laatste fase van zijn schrijversloopbaan de metafysische thema’s gingen domineren is niettemin treffend. Zoals een vriend en collega-SF auteur jaren na zijn overlijden opmerkte: ‘Het zou me niet verbazen als Phil over honderd jaar een religieuze cult is geworden’.

De wereld van Philip K. Dick

Dertig jaar na Philip K. Dicks overlijden zijn media en reclame doorgedrongen tot in de haarvaten van ons bestaan; leven we een flink deel van de dag in een virtuele wereld waarin we ons onderhouden met virtuele vrienden; zijn designer drugs een ondersteunende industrie van het uitgaansleven; wordt de burger binnenshuis en op straat in de gaten gehouden door een veelheid van camera’s en sensoren; is paranoïa de toon van het maatschappelijke betoog; vliegen drones die poststukken rondbrengen of op eigen initiatief personen kunnen uitschakelen; verzamelt de politie big data om toekomstige misdaad te voorspellen; is de macht van de natiestaat voor een substantieel deel overgenomen door Corporatië, de kongsi van internationaal opererende bedrijven en haute finance; en zijn autonome landen sluipend op weg om kolonies van Silicon Valley te worden.

Dat is de wereld van Philip K. Dick. Maar niet langer sciencefiction.

Het duurt niet zo gek lang meer of de reclamezuil op straat begint tegen me te praten wanneer ik langs loop. “Jij eet geen vlees, Alfred. Let op, de vegetarische hamburgers zijn in de aanbieding. Ga naar [vul een grootgrutter in].’ Het algoritme heeft me herkend aan mijn smartphone, die ik dus niet heb.

Phil, kom terug. Je was niet gek. Dat zijn wij.

De voorlaatste waarheid over Philip K. Dick

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie