De ‘objectieve’ computer

Geautomatiseerde journalistiek wordt als meer betrouwbaar beoordeeld dan het werk van journalisten. De ‘objectieve’ computer bestaat echter niet.

Alles wordt geautomatiseerd, dus ook journalistiek. Algoritmes spitten door enorme hoeveelheden data, op zoek naar patronen of correlaties die onderwerp van berichtgeving kunnen worden. De journalist gebruikt technologie als hulpmiddel om het vak uit te oefenen. Zo verbreedt hij het scala aan mogelijkheden, maakt zijn werkveld groter.

Maar wat als het algoritme op de stoel van de journalist gaat zitten en aan het schrijven slaat? De computer als journalist, het is geen sciencefiction. Die vorm van journalistiek – in jargon: automated journalism, geautomatiseerde journalistiek – wordt in de praktijk al toegepast. Geautomatiseerde journalistiek is gestandariseerde journalistiek, uitgevoerd volgens een protocol.

De Amerikaanse krant LA Times publiceerde in 2013 een nieuwsbericht over een aardbeving dat zonder menselijke ingreep tot stand was gekomen. Inmiddels produceert Quakebot, zoals het systeem wordt genoemd, geautomatiseerde nieuwsberichten over aardbevingen. Die zijn in Californië, dat ligt op een breuklijn, bijna dagelijkse routine en er zijn data beschikbaar, geleverd door de Amerikaanse geologische dienst. In Nederland zou dat het weer zijn: Rainbot.

Quakebot is / maakt nieuws

Onderwerpen die veel data produceren zijn geschikt voor verslaggeving via geautomatiseerde journalistiek. Het weer bijvoorbeeld, maar ook de financiële wereld en sport. Het Amerikaanse persbureau Associated Press gebruikt algoritmes voor het automatisch genereren van teksten over de kwartaalcijfers van bedrijven en de verslaggeving van sportevenementen.

Betrouwbaar

Maakt het voor de lezer iets uit of een bericht door een mens dan wel een computer is geschreven? Maalt die er om of dit stukje uit mijn brein komt of is geproduceerd door mijn digitale alter ego? Het lijkt een onschuldige vraag, maar hij is gemeen. Er zit een levensgrote adder onder het gras.

Daar is onderzoek naar gedaan, in Nederland, Zweden en Duitsland. Conclusie: teksten die door een mens zijn geschreven worden beoordeeld als beter leesbaar. Teksten die door de computer zijn gegenereerd worden beoordeeld als meer betrouwbaar. Opvallend: men ervaart weinig verschil in kwaliteit tussen teksten die door mensen dan wel computers zijn geproduceerd. Dat is een compliment voor de computer, of eigenlijk: de auteurs van het softwarepakket.

Het onderzoek werd uitgevoerd met teksten die op dit moment door de computer kunnen worden opgehoest: over sport, financiën, weer—onderwerpen waarover veel data beschikbaar zijn. De databerg groeit echter snel, ook buiten terreinen die vanouds op statistiek leunen. Het is niet ondenkbaar dat de computer binnenkort bericht over fitness, openbaar vervoer of sociale media-trends.

Robotjournalistiek

De voorstanders van geautomatiseerde journalistiek wijzen er op dat de computer minder fouten maakt dan mensen. Waarbij ze veronderstellen dat de data op basis waarvan de computer zijn bericht opstelt niet corrupt zijn. Linke aanname. Bovendien, ook data kunnen biased zijn. Online populariteitspolls zijn een berucht voorbeeld: die meten geen populariteit, maar de meest succesvolle wervingscampagne voor deelname aan de poll.

Adder onder het gras

Geautomatiseerde journalistiek roept allerlei vragen op, zoals: wie is er verantwoordelijkheid voor een fout in het door de computer geschreven artikel? De journalist kan worden aangesproken op zijn stukken, kan dat ook met geautomatiseerde journalistiek? En dan is er het punt van de geïndividualiseerde stukken, artikelen die worden gepersonaliseerd op basis van het profiel van de lezer: de filterbubbel.

Mensen schrijven wellicht beter dan de computer, maar de journalistiek van de computer wordt ervaren als meer betrouwbaar dan menselijke verslaggeving—zo leerde het onderzoek uit Nederland, Zweden en Duitsland. Mensen zijn subjectief, ook in hun berichtgeving. Ze hebben emoties, ze maken keuzes. De computer is neutraal, ‘objectief’. Objectief staat hier tussen aanhalingstekens, want het is de adder onder het gras.

Geautomatiseerde journalistiek: middelen en uitdagingen

De computer doet aan geautomatiseerde journalistiek op basis van gespecialiseerde algoritmes die simuleren wat het menselijke brein doet bij het verwerken van informatie en het schrijven van een tekst: feiten filteren, rangschikken, prioriteriseren en verbinden. De door de computer gegenereerde tekst is het product van een algoritme. Maar algoritmes groeien niet aan de boom, die zijn geschreven door een programmeur. En bevatten dus, bewust of onbewust, de keuzes en voorkeuren van de auteur van het algoritme. Algoritmes zijn mensenwerk. Ook een computertekst heeft vooroordelen.

Verbeelding

Algoritmes zijn dus helemaal niet objectief, maar quasi-objectief. De teksten van computers zijn niet geloofwaardiger of betrouwbaarder dan een artikel van een journalist, want ook computerprogramma’s zijn subjectief. Mensen vallen makkelijk voor de illusie van de ‘objectieve’ computer en de ICT-industrie houdt dat sprookje graag in stand.

Het is een stokoude wijsheid uit de oertijd van de automatisering: vraag je niet af wat de software kan doen, maar vraag wie het algoritme heeft geschreven. Wie een nieuw programma op zijn kunstbrein, de computer, installeert haalt het brein van de programmeur aan boord. De ‘objectieve’ computer is een verraderlijke misvatting.

Aan journalisten de taak het beter te doen dan de computer. De middelmaat van het journaille moet zich zorgen maken dat hun werk wordt overgenomen door een algoritme. De toppers kunnen zich verheugen op gouden tijden. Die kunnen iets waartoe de computer nimmer in staat zal zijn: creatief denken. Verbeelding is geen routine.

Prince – Computer Blue

https://www.youtube.com/watch?v=y9-1_mJLXMQ

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie