The Cure op 45 toeren

Bijna alles aan The Cure klopt niet en juist daarom is de groep van Robert Smith na veertig jaar nog steeds populair. Een liefdesverklaring.

Groot nieuws: The Cure is voor het eerst in acht jaar op tournee. Opwinding bij de fans, concertkaarten maanden van te voren uitverkocht, snippers van de eerste optredens op internet. Veertig jaar actief en nog steeds geen haarscheurtjes in de reputatie. Wat maakt The Cure zo bijzonder?

Kortgezegd: dat ze in geen enkel hokje passen. Behalve dan het hokje ‘new wave’, waarmee eigenlijk hun generatie wordt getypeerd en verder niets. Zoals Pink Floyd het etiket ‘rock’ krijgt opgeplakt, maar buiten een platenmaatschappij (EMI) weinig met The Beatles gemeen heeft. Zo deelt The Cure hun geboortejaar met andere Britse groepen die rond het midden van de jaren zeventig zijn ontstaan – denk aan U2, Simple Minds, Joy Division/New Order en Depeche Mode – en daar houdt het op. Ze zijn uniek.

The Cure – Boys Don’t Cry (1979)

En dan niet omdat Robert Smith, oprichter en voorman, zanger en songschrijver, gitarist en constante factor in veertig jaar The Cure, een visueel beeldmerk is geworden, met zijn warrige zwarte (inmiddels grijze) haarbos en rood gestifte lippen. Ook niet omdat Smith als zanger uit duizenden herkenbaar is of het groepsgeluid – ondanks een grote variatie in toon en timbre – binnen een paar seconden is te identificeren.

Die kwaliteiten hebben meer bands en dat maakt ze uniek, maar niet op de manier van The Cure. Die nemen een speciale plek op de landkaart van de populaire muziek in – een eiland, om iets preciezer te zijn – omdat ze een schakel zijn tussen de jaren zestig en de eenentwintigste eeuw. Omdat ze het beste van de sixties verenigen met het geluid van nu. Omdat ze een aspect van popexplosie van de jaren zestig levend hielden lang nadat punk gehakt had gemaakt van hippies en hun hemelbestormende ideeën.

The Cure – A Forest (1980)

Dit is wat The Cure zo bijzonder maakt: het is een onwaarschijnlijk goede singles-band, de beste van hun generatie. Dat waren ze in een tijd dat het fenomeen singles-band in feite was uitgestorven, een relict uit het verleden. Dat is het meest unieke aan The Cure. Dat is de reden waarom tienduizenden concertkaarten, ook na acht jaar mediastilte, in minuten zijn uitverkocht.

Single versus elpee

Tot eind jaren zestig was de single, het 45-toeren plaatje met het grote gat in het midden, het belangrijkste format in muziekland. Elpees (de wat geaffecteerde term albums stamt uit het cd-tijdperk) waren bijvangst, een manier om in te cashen op hitsucces.

The Cure – The Lovecats (1983)

Eind jaren zestig draaide die verhouding om. Hitsingles werden een uithangbord om albums mee te adverteren en die omslag ging razendsnel en het is razend boeiend om daar meer in detail op in te gaan, maar dat moet een andere keer gebeuren.

Hier is het punt dat midden jaren zestig, toen de poprevolutie in volle gang was, de topgroepen zich onderscheiden door de kwaliteit van hun singles. En de beste bands – Beatles, Stones, Kinks, The Who, Small Faces, Hollies, Bee Gees, Moody Blues, en in Amerika, Lovin’ Spoonful, Beach Boys, Mamas & Papas, Byrds, Bob Dylan, de lijst is eindeloos – presteerden het om keer op keer af te komen met een nieuwe, originele, avontuurlijke en onbekend terrein ontginnende of knap op hun stijl variërende single.

The Cure – In Between Days (1985)

De singles-band is een jaren zestig fenomeen. Aan hun singles run lees je de kwaliteit van de groep af. En de besten klonken iedere keer anders maar onmiskenbaar als zichzelf. Zo ook The Cure.

Geen Cure-formule

Maar wacht even, zullen fans van U2, New Order, Depeche Mode en Simple Minds nu roepen. The Pet Shop Boys tellen in dit verband niet mee, want die zijn van een generatie later. The Smiths idem dito en die bestaan bovendien sinds 1988 niet meer:  een reeks sterke singles, maar snel omhoog en weer snel verdwenen. Geen staying power en daar draait het nu net om.

The Cure – Why Can’t I Be You (1987)

Wat U2, New Order, Simple Minds en Depeche Mode niet hebben, of in ieder geval niet in de mate van The Cure, is de winnende combinatie van toegankelijke songs en onvoorspelbaarheid. Er is een Cure-sound (de stem van Robert Smith) en een Cure-look (zwart piekhaar en lipstick), maar geen Cure-formule.

The Cure koppelt een avontuurlijke, onderzoekende geest aan een pop feel, iets wat de groep gemeen heeft met David Bowie. The Cure staat nooit stil, maar vindt zichzelf keer op keer opnieuw uit. Typerend voor de liedjes van Robert Smith is niet dat ze tegendraads zijn (al kunnen ze zo over komen), maar dat ze er net naast zitten en daarom overtuigen. Ze kleuren buiten de lijntjes. Ze zijn niet cliché. Waren ze dat wel, dan zouden ze snel zijn vergeten.

The Cure – Lullabye (1989)

Masker

Robert Smith is The Cure en The Cure is Robert Smith; de rest van de groep ondersteunt de illusie dat The Cure een band is, maar het is in feite een solo-act in groep-vermomming. Die fictie heeft Smith wellicht nodig om als popartiest te kunnen functioneren en van zijn masker (het haar, de lippenstift, de oogschaduw) heeft hij een beeldmerk gemaakt.

Zijn imago is dat van getormenteerde poëet, maar wie Smith wel eens privé heeft gesproken weet dat hij allesbehalve een sombermans is. Hoffelijk, geestig en speels. Tikje excentriek wellicht, maar verre van wereldvreemd. Enigmatisch, maar aanspreekbaar. Goed in balans. Het ideale popidool, derhalve. Hij leeft niet uitsluitend in zijn verbeelding, maar beschermt zijn binnenwereld zorgvuldig tegen storende invloeden van buiten. Het masker geeft hem de ruimte om zichzelf te zijn.

The Cure – Friday I’m In Love (1992)

Het levert originele liedjes met originele gedachtes op waarin iedereen iets van zichzelf kan herkennen. Zoals de songschrijver Robert Smith overtuigt door er net naast te zitten, zo kan de zanger Robert Smith eigenlijk niet zingen. Niettemin raakt Smith de luisteraar omdat hij zich kwetsbaar toont en aldus emoties overbrengt. The Cure is quirky, onvertaalbaar woord dat zoiets betekent als: raar maar aantrekkelijk.

Psychedelica

De songs van Smith zijn, in muzikaal opzicht, de simpelheid zelve doch weten te verrassen omdat ze onconventioneel zijn. Ze roepen complexe emoties op, wat de simpelheid van het liedje maskeert. Omdat ze over universele thema’s gaan, en niet over actuele of modieuze onderwerpen, staan ze los van hun tijd. Een Cure-song had gisteren of dertig jaar terug gemaakt kunnen zijn. Ze opereren buiten trends en tijd.

The Cure – The 13th (1996)

The Cure is een arty popband die experimenteert met geluid: hun liedjes zijn ook soundscapes. Psychedelica loopt als een rode draad door hun muziek. Als (onderschat) gitarist benadrukt Smith niet zozeer de melodie – al doet hij dat ook, zijn songs zijn ongemeen catchy – maar creëert hij een sfeer. In dat opzicht zijn er parallellen met Pink Floyd, ook een groep met universele appeal die het stadionconcert de intimiteit van een club gig weet te geven.

Er loopt een ononderbroken lijn van de jaren zestig, via Pink Floyd en David Bowie, naar The Cure. Ze zijn onmiskenbaar en onvervreemdbaar Brits. Psychedelica is een constante in hun uitwaaierende oeuvre waarvan de kwaliteit wordt getypeerd door een schier oneindige rij grillige maar catchy hitsingles.

The Cure – The Perfect Boy (2008)

The Cure heeft het beste van de jaren zestig-muziek naar de eenentwintigste eeuw gebracht. Ze hebben de traditie nieuw bloed gegeven en zijn op hun eigen voorwaarden, zonder één concessie, een van de grootste bands van de wereld geworden. En gebleven. Beter wordt het niet.

The Joy of the Single (BBC)

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie