Taal leer je van mensen

Baby’s leren taal van interactie met mensen, niet van interactie met media. Technologie in de wieg maakt uw baby niet slimmer.

Taal is wat mensen onderscheidt van dieren. Met taal bedoel ik het verfijnde klanksysteem waarmee we concrete dingen én abstracte ideeën aan anderen kunnen communiceren. Dieren hebben allerlei vormen van taal – ook in geur en gebaar – maar alleen mensen hebben boeken en goden.

Taal is een instrument, een communicatiemiddel. Het menselijke brein is er op unieke wijze voor ingericht. We zijn geprogrammeerd om taal te leren. Ongeacht aangeboren intelligentie of kwaliteit van de omgeving leert ieder kind taal, schijnbaar zonder daar enige moeite voor te doen. Er zijn ronduit misdadige praktijken voor nodig om een kind géén taal te laten leren. Taal zit in onze natuur.

Jonge baby’s zijn taalverwervingsmachines. Al op de prille leeftijd van zes maanden is een baby druk bezig om taal te leren. Daartoe gebruikt hij elk middel wat hem kan helpen om zich die meest wezenlijke kentrek van Homo sapiens eigen te maken. Ze luisteren naar de klanken zelf, ze herkennen patronen in de verdeling en groepering van die klanken en bovendien halen ze sociale hints uit de manier waarop de klanken worden uitgesproken.

Van gebrabbel naar zinnen

Die brabbelende baby is een genie. Die leert moeiteloos en spelenderwijs een uiterst complexe vaardigheid. Niet alleen wat taal is, maar ook hoe het te gebruiken. Ook voor baby’s is taal een communicatiemiddel, een tool om te interacteren met mensen. Hun input en feedback zijn de sleutel in het allervroegste leerproces.

Baby Einstein

Taal is een cruciaal hulpmiddel voor mensen en dat is technologie ook. Dus waarom zou je technologie niet inzetten om baby’s nog beter taal te laten leren? Onder het motto ‘Great minds start little’ is er vanaf 1998 wereldwijd een reeks Baby Einstein -producten op de markt verschenen, in eerste instantie videobanden met muziek, verhaaltjes, cijfers en taal, en niet lang daarna allerhande multimedia-producten die de baby zouden helpen zijn prille brein te ontwikkelen.

Welke ouder gunt zijn kind niet het beste – of komt geen tijd te kort om zonder schuldgevoel zijn kind de aandacht te geven waar het om vraagt – en de mediahulpstukken om baby’s te helpen bij hun cognitieve ontwikkeling werden een zakelijk succesverhaal. Baby Einstein-oprichtster Julie Aigner-Clark werd uitgeroepen tot Ondernemer van het Jaar en kreeg zelfs applaus van de Amerikaanse president (die als baby wellicht enige steun bij zijn taalverwerving had kunnen gebruiken, maar dit terzijde). Ouders blij, president blij, mevrouw Aignes-Clark blij. Baby’s ook blij?

Baby Einsteins taalkraamkamer

Toen in 2007 psychologen de eerste twijfel over nut en zin van Baby Einstein naar buiten brachten, reageerde Disney, de toenmalige eigenaar van de merknaam, als door een adder gebeten. De hoogste baas van het bedrijf eiste eerst op hoge toon dat de studie zou worden ingetrokken en begon vervolgens een rechtszaak. Drie jaar later moesten de man en zijn bedrijf inbinden – en boden gedupeerde ouders financiële genoegdoening – toen een andere studie met onomstotelijk bewijs kwam dat Baby Einstein flauwekul verkocht.

Interactie met mensen

Het is inmiddels een geaccepteerd feit in de wereld ontwikkelingspsychologen: baby’s leren taal van de interactie met mensen, niet van een video of tv-programma. Media kunnen ondersteuning bieden in het leerproces, maar niet bij de taalverwerving van baby’s. Taal leer je van mensen, niet van media of computers. Het maakt niet uit of u de wieg en de box volpropt met geinige gadgets die beloven uw kroost slimmer maken, de kleine wordt er niet beter van. Het is voodoo-rimram opgediend met een quasi-wetenschappelijk sausje, bedoeld om producten te verkopen. Niet om uw ukkepuk te optimaliseren.

Waarom praten tegen baby’s belangrijk is

Interactie met media – in tegenstelling tot interactie met mensen – kan voor baby’s zelfs schadelijk zijn, leert ander onderzoek. Zijn de Baby Einstein-producten nog neutraal, de televisie werkt negatief door op de taalontwikkeling van baby’s. Hoe meer tv, hoe langzamer hun taalvermogen zich ontwikkelt. Als het over baby’s gaat vergelijken sommige onderzoekers tv-kijken met meeroken. In dit geval schadelijk voor de geest, het maakt dommer.

Waarom? Niet omdat de baby tv kijkt, maar omdat zijn ouders tv kijken. De tijd besteed aan het kijken naar televisie wordt niet besteed aan de baby. En die leert nu juist van de interactie met mensen. Zijn ontwikkeling wordt vertraagd omdat zijn ouders niet met hem, maar de tv bezig zijn. Wie zijn baby het beste gunt, zet de tv uit en speelt met of praat tegen zijn baby. En kijkt tv als baby slaapt. Die is dan bezig de nieuw geleerde woorden te verwerken.

Technische fix

Technologie wordt vaak aangeprezen als panacee tegen—alles in feite, als je er even over nadenkt. Tegen de tekortkomingen van het bestaan, tegen ons gebrek aan goddelijkheid. Want of het nu gaat om de taalverwerving van baby’s of de uitstoot van auto’s, voor elk probleem – en nog leuker, elk non-probleem – is er een technische fix. Aldus worden er overbodige producten vermarkt en overbodige diensten aangeprezen. We leven in een arena: technologie is de rode doek, het bedrijfsleven de torero en de consument de briesende stier. Zwaai met een technologische fix (product, dienst) en de consument stormt er op af. En, als hij niet uitkijkt, in het zwaard.

De moraal van dit verhaal? Don’t fix it if it isn’t broke. Het is niet altijd even slim om technologie blind inzetten voor zaken die op analoge wijze – zonder digitale technologie – al goed gaan. Want o ironie, juist door technologie aan te wenden voor optimalisering van een functionerend product of proces kan het resultaat suboptimaal uitpakken.

Dat is de les die baby’s ons leren: meer technologie is niet altijd beter. En soms zelfs minder. Dat is niet de schuld van de techniek, dat is onze biologie, de aard van het beestje. En die verander je niet, ook niet met technologie. En zeker niet met méér technologie.

Als ik boerenslim was, zou ik komen met de Velvet Vox-cursus app (werknaam: FixxFree) die overspannen consumenten helpt hun technologie-verslaving tot hanteerbare proporties terug te brengen. Tegen betaling, uiteraard. Dit idee is echter gratis, zoals alle ideeën op Velvet Vox. Ik leef van uw aandacht in een wereld van taal. En leer van uw input en feedback. Want dat is de media-paradox: wie niet slim omgaat met media, wordt er dommer van.

Internet als technologische fix

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie