Ons brein is een synthesizer

Al zo’n zestig jaar gebruiken we de computer als metafoor voor ons brein. Maar de synthesizer is betere beeldspraak. Ons brein werkt als muziek.

Het is een ingesleten gewoonte om het menselijke brein te vergelijken met een computer—of nog leuker: om de computer kwaliteiten van ons brein toe te dichten. De computer als metafoor voor het brein danken we aan de wiskundige John von Neumann, in 1958 uitgewerkt in zijn postuum verschenen boek The Computer and the Brain. Het jaar daarvoor was Von Neumann overleden aan kanker terwijl de militaire politie naast zijn bed stond, uit vrees dat de zieke in zijn delirium staatsgeheimen zou onthullen.

Nieuw was Von Neumanns metafoor niet. De komst van de computer in de jaren veertig van de vorige eeuw valt samen met de opkomst van de cognitieve psychologie, de studie van het brein als informatie-verwerkend orgaan. Psycholoog George Miller onderzocht in zijn boek Language and Communication uit 1951 de wijze waarop het brein functioneert met behulp van concepten uit de informatie-theorie, computerkunde en linguïstiek.

Het genie Von Neumann


Wat voor Miller een methode was, werd voor Von Neumann een metafoor. Die beeldspraak zijn latere generaties letterlijk gaan nemen.

Techniek als metafoor

Mensen hebben zichzelf altijd een bijzondere plaats in de natuurlijke wereld toegedicht – dat begint al in de Bijbel: de mens als hoeder van Gods schepping – en dat doen ze op basis van hun intelligentie. Mensen zijn uitzonderlijk slim in vergelijking met kraaien of dolfijnen, die weer uitzonderlijk slim zijn in vergelijking met duiven en vissen. Kraaien bedonderen elkaar (ze hebben theory of mind), maar ze maken geen computers. Van alle organismen op deze planeet is de mens met afstand de intelligentste.

Een van de manifestaties van menselijke intelligentie is techniek. Het werkt ook andersom: techniek levert de beeldspraak waarmee Homo Sapiens, de wetende mens, zijn onderscheidende kenmerk probeert te duiden. Aan de gebruikte metafoor kun je stand van de technologische ontwikkeling aflezen. Zo is de werking van het brein in de loop der eeuwen vergeleken met het horloge (zeventiende eeuw), de telegraaf (negentiende eeuw) en de computer (twintigste eeuw).

In de eenentwintigste eeuw begint de computer-metafoor voor onze verstandelijke vermogens te knellen. De beeldspraak van het brein als informatie processor domineert het denken van de professionals van het wetenschappelijk onderzoek, de berichtgeving in de media en de manier waarop de leek als denkend dier naar zichzelf kijkt. Sommigen spreken over onze hersens als wetware, naar analogie met hardware en software. Het idee van de mens als geboetseerde klei, door een hogere macht ingeblazen met geest, is geheel verdwenen.

Henry Markram over het brein als computer


In de computer-metafoor is geen plaats voor intuïtie of inspiratie. Hij staat voor de commando-cultuur van de militaire wereld toegepast op de civiele samenleving. Vinden we het raar dat de meer en meer vercomputerde wereld fascistoïde trekjes gaat vertonen?

Product verward met proces

We laten ons leiden door een metafoor die aantoonbaar zijn beperkingen heeft, zoals iedere metafoor. Logisch, want een beeld is niet het ding, een foto niet het object en een metafoor niet wat het symboliseert. Het is een hulpmiddel om te benoemen wat we niet wezenlijk begrijpen. Waarbij je je kunt afvragen of het nuttig dan wel wenselijk is om alles te begrijpen.

Het centrale gebrek van de computer als metafoor voor het menselijke brein is dat het proces en product met elkaar verwart. Het product van een computeractiviteit en van menselijke cognitie mag dan overeenkomen – de oplossing van een som, het antwoord op een vraag – het proces waarmee dat product (oplossing, antwoord) tot stand komt is onvergelijkbaar.

De computer werkt op basis van symbolische representatie, menselijk denken niet. De architectuur van de computer bestaat uit modules, het menselijke brein is een netwerk van 86 miljard neuronen die zo’n 200 triljard verbindingen hebben. De computer slaat iedere bit van het file op in zijn geheugen, mensen herinneren zich alleen de grote lijn en vergeten de vloed aan details. Mensen abstraheren, de computer kopieert. Mensen denken, de computer verwerkt.

Symbolische representatie

Synthesizer

Wat de computer niet kent, herkent hij niet. Dat heeft hij gemeen met mensen: de Taíno-indianen op het strand van het eiland Guanahaní (tegenwoordig San Salvador) zagen de San Maria, Pinta en Nina van Columbus niet aan voor schepen, want het concept ‘schip’ kenden ze niet; ze zagen eilandjes, of walvissen. Maakt dat gebrek de computer menselijk?

De computer als metafoor voor ons brein staat voor reductionisch denken: de opvatting dat je alles kunt opbreken tot zijn kleinste eenheid en dan de kern van de zaak hebt gevonden. Voor de computer is de kleinste eenheid de bit. Wat is de kleinste eenheid van een gedachte?

Een betere (zij het nog steeds gebrekkige) metafoor voor het brein is de synthesizer, letterlijk: de samenvoeger. Ons brein brengt dingen met elkaar in verband en ziet een relatie. Het ordent en classificeert. Het creëert betekenis door te schikken en te combineren. Het maakt dingen die nog niet bestaan, niet door instructies te volgen zoals de computer een algoritme uitvoert, maar door feiten, observaties en ideeën samen te voegen. Het is een synthesizer.

De metafoor van het brein als synthesizer ontleen ik aan muziek. De kleinste eenheid van muziek is de noot en het zijn de samenhang en wisselwerking van de noten die de muziek maken. Zo werkt ons brein: als muziek, niet als een computer.

Einstein was een violist

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie