Help, mijn smartphone walmt paranoia!

Mensen hebben een agenda, dat is normaal. Dankzij behaviour design is ook de smartphone een verborgen verleider geworden.

Er is een tijd geweest, ver voor de smartphone, dat ik dagelijks zat te vloeken tegen het scherm. Was er iets met de computer. Of eigenlijk de interface, het scherm waar ik tegenaan keek. Moest ik een onlogische of ingewikkelde handeling verrichten, terwijl dat naar mijn idee veel simpeler kon en zelfs zou moeten. Want machines zijn er voor mensen en niet andersom.

Computers en programma’s, verzuchtte ik in die tijd tegen mijn omgeving, worden gemaakt door techneuten en die denken in techniek. Die denken niet aan de gebruikers, de mensen die met hun producten moeten werken. Techneuten zijn niet geinteresseerd in mensen, ze zijn geïnteresseerd in techniek. Omdat ze niet zo goed met mensen kunnen omgaan, dacht ik daar achteraan maar dat zei ik niet.

Dat is veranderd. Niet alleen de apparaten staan centraal in de ontwerpfase, ook de mensen die ze zullen gaan gebruiken. Psychologen bemoeien zich met het ontwerp van de interface, iets waar ik vroeger regelmatig om verzucht heb. Ik zou dus blij moeten zijn.

Maar is het zo’n verbetering?

Lakei, geen pusher

Ik stelde me zo’n door psychologen verbeterde interface voor als een gebruiksvriendelijk, bijna zonder nadenken en intuïtief te hanteren stuk gereedschap. Dus niet als een zoekplaatje met een eigen kromme logica waarvoor een driedelige handleiding met uitleg was vereist. Wel als iets simpels, iets wat zo vanzelf gaat dat je het nauwelijks bemerkt en eigenlijk niet lijkt te bestaan. Als een lakei dus.

We zijn aangeland in het tijdperk waarin gedragsdeskundigen zich wel degelijk met technologie bemoeien, maar hun bemoeienis blijkt – we hadden het kunnen weten – niet geheel waardenvrij. Ik dacht in mijn naïviteit aan een psycholoog die een technicus uitlegt dat normale mensen niet denken in termen van ALT-DEL-CRL, maar in concepten als wissen en bewaren. Ik veronderstelde dat mijn computer en de software neutraal zouden zijn.

Ik veronderstelde niet dat psychologen meehielpen aan het ontwerp van interfaces om het gedrag van de gebruiker te beïnvloeden en te sturen in het voordeel van de maker. En dat is dus precies wat sommige gedragsdeskundigen doen. Ze zijn na hun studie in Silicon Valley gaan werken en maken techniek doelbewust verslavend.

Een computerprogramma is geen computerprogramma

Nu is het natuurlijk niet alleen naïef, maar ook tamelijk dom van me om te menen dat een computerprogramma neutraal is. Alsof het aan een boom groeit. Of door een dier is uitgepoept. Een appel is een appel en een ei is een ei. Maar een computerprogramma is geen computerprogramma. Het is de creatie van een mens, met een brein en een persoonlijkheid. Een bewustzijn dat keuzes maakt: dit wel, dat niet.

Zo leidt het ‘neutrale’ computerprogramma me, zonder dat er een directe bedoeling achter zit, een bepaalde kant uit; stuurt het mijn handelen en denken. Een voorbeeld uit mijn dagelijkse omgeving zijn de muziekprogramma’s waarmee producers elektronische muziek maken. Die werken met een interface waarin de muziek is verdeeld in maten van vier tellen. Het is een verborgen reden waarom de vierkwartsmaat dominant was en is in clubmuziek, want het is lastig – en contraintuïtief – om géén vierkwartsen uit de machine te kloppen.

Algoritmes zijn niet objectief. En dat zijn ze tegenwoordig nog minder dan vroeger omdat er door psychologen wel degelijk een bedoeling in wordt gestopt. Ze willen mijn gedrag beïnvloeden. Ik kan mijn apps niet langer blind vertrouwen. Help, mijn asmartphone walmt paranoia!

Steelse bedoelingen

De crux van de zaak is dat mensen op computers op dezelfde manier reageren als op mensen. Voel je je prettig bij een app, dan gebruik je die vaker en langer. Het onderzoeksveld van de gedragswetenschappers heet persuave technologies, overredende technologieën. Alles goed en wel, maar heb ik gevraagd om een telefoon die me steels ergens van wil overtuigen?

Natuurlijk zijn de betrokken wetenschappers vol goede bedoelingen. Ze willen de techniek zo inrichten dat we beter leren, makkelijker communiceren, productiever zijn. Heel loffelijk, heel nobel. Maar wat als behaviour design wordt ingezet met mindere nobele motieven? Als gedrag bewust wordt gemanipuleerd voor omzetvergroting en winstmaximalisatie? Wanneer technologie – apps, programa’s – doelbewust verslavend wordt gemaakt?

Behaviour design stamt, net als mijn verzuchtingen over onwerkbare interfaces, uit de tijd van voor de smartphone en sociale media. De uitvinder van het vakgebied, B.J. Fogg, is inmiddels niet altijd overtuigd van de goede bedoelingen van zijn studenten. Willen ze betere producten maken of willen ze geld verdienen? Nu gedragsbeïnvloeding via technologie een wetenschap is geworden en die technologie als smartphone in onze broekzak zit, wordt manipulatie nog verfijnder, nog meer alom aanwezig, nog minder zichtbaar.

Ik stel een nieuwe wetenschap voor: de ethiek van techniek.

The prophet of habit forming tech

Als je het hebt over muziek, cultuur en technologie, heb je het over Alfred Bos. Al sinds 1977 publiceert deze kritische copywriting veteraan over deze onderwerpen in bladen en kranten als NRC Handelsblad en Elsevier. Ook bedacht en redigeerde hij in 1995 al het allereerste webzine-met-sound ter wereld. Onlangs schreef hij nog bijdragen voor het toonaangevende Mary Go Wild, over de geschiedenis van de Nederlandse dance.

Geef als eerste reactie