Cyborgs zijn de toekomst van gisteren

Cyborgs zijn een idee uit de jaren zestig. Wie wil er sleutelen aan een gezond brein en welk probleem wordt daarmee opgelost?

Grinders zijn mensen die via chirurgie hun lichaam aanvullen (verbeteren?) met technologie, een fenomeen dat biohacking wordt genoemd. Grinders zijn ontevreden met hun huidige staat van zijn. Ze willen meer: meer zintuigen, meer efficiëntie in denken en handelen, meer kracht, meer snelheid. Kort gezegd, ze willen minder beperkingen en technologie is de weg om dat doel te bereiken.

Het idee van de cyborg, oftewel de mens-machine, is niet nieuw. In 1960 lanceerden Manfred Clynes (een neurofysioloog) en Nathan S. Kline (een psychofarmaloog) de term. Vijf jaar later sprak D.S. Halacy in de inleiding bij zijn boek Cyborgs: Evolution of the Superman over ‘een nieuwe frontier’ en ‘een brug tussen geest en lichaam’.

Cyborgs zijn al vijftig jaar bekend van tvscherm en filmdoek. De cybermen uit Dr. Who (geïntroduceerd in 1966), de Borg in Star Trek, Darth Vader in Star Wars—allemaal cyborgs. Geen robotten (mechanische mensen) of androids (robotten die fysiek niet van mensen zijn te onderscheiden), maar mechanisich versleutelde bio-organismen.

 

Trailer Metropolis

 

De eerste mechanische mens op het filmdoek was Maria in Fritz Langs Metropolis (1927); ze eindigde op de brandstapel. De meest recente cinema-cyborg is eveneens een vrouw: Mira (gespeeld door Scarlett Johansson), de protagonist van Ghost in the Shell, de live action verfilming van het gelijknamige stripverhaal uit 1989.

Brein implantaten

Mira is een interessant geval. Zijn in Amerikaanse sciencefictionfilms cyborgs mensen die hun lichaam upgraden met technologie, het enige menselijke aan Mira is haar brein, haar geest; haar lichaam is synthetisch. Ze heeft geen kunstmatige ogen of brein implantaten, Mira is een stap verder in de versmelting van mens en machine: alles is vervangen behalve haar hersens.

Dat brein is in de visie van de schepper van Ghost in the Shell, de Japanse striptekenaar Masamune Shirow (pseudoniem van Masanori Ota), kennelijk het beslissende onderscheid tussen mens en machine. Daar zitten de kwaliteiten die ons tot mens maken. In dat brein huist onze identiteit.

 

Trailer Ghost in the Shell

 

Wil je jezelf niet verliezen, dan moet je daar niet aan sleutelen. Dat grinders chips en sensoren in hun lijf aanbrengen, en hun brein overvoeren met de input van nieuwe, extra zintuigen, is het cyborg-equivalent van een onbekende psychoactieve drug uitproberen: geen idee wat het aanricht in de bovenkamer. De kans op blijvende schade en verlies van je vertrouwde zelf zijn niet denkbeeldig. Grinders laten die 1500 gram aan grijze massa tussen hun oren echter fysiek ongemoeid. Ze spelen ermee, maar blijven er met hun tengels van af.

Zo niet neuroloog Phil Kennedy. Hij is de eerste gezonde mens die elektroden in zijn hersens heeft laten inbrengen. Zijn idee is om met hersensignalen een computer aan te sturen. Dat zou de levenskwaliteit van verlamde mensen kunnen verbeteren. Kennedy was na de ingreep zijn spraakvermogen kwijt, maar dat kwam gelukkig terug. Na vier weken stokte het experiment evenwel. De aanvullende elektronica vergroeide niet met zijn huid en moest worden verwijderd. De implantaten zitten nog steeds nutteloos in zijn hersens.

Achterhaald concept

Sciencefictionauteur William Gibson beschrijft in zijn debuutroman Neuromancer een hacker, Case genaamd, die via een plug in zijn nek zijn hersenstam koppelt aan een computer en aldus in zijn geest door de virtuele ruimte – cyberspace, de term is van Gibson – kan reizen. Case ziet datapakketten als fysieke constructies, gebouwen. Biologie en techniek zijn gefuseerd.

Neuromancer verscheen in 1984 en zestien jaar later schreef Gibson voor Time Magazine een artikel met de kop Will we have computer chips in our heads? Nee, meende hij in het jaar 2000. Die chirurgisch aangebrachte hardware is grof, complex, duur en overbodig. Wat in de jaren tachtig nog nieuw en hip en imposant leek, was rond de millenniumwisseling in de ogen van Gibson al een achterhaald concept. Inmiddels zijn biotechnologie en nanotechnologie zeventien jaar verder ontwikkeld – een eeuwigheid in de huidige, nog immer versnellende kennisgroei – en is hersenhardware een archaïsch idee.

 

De beste cyberpunkfilms

 

Maar niet voor Elon Musk, de man van de zelfrijdende Tesla-auto en de bemande reis naar Mars. Zijn nieuwste technologiebedrijf heet Neuralink Corp. Het wil een implantaat ontwikkelen dat gedachten kan uploaden en downloaden. Het klinkt voor Musk mogelijk als een futuristisch idee, maar het is een verouderde gedachte. Zoals Mars kolonies een ouderwets, achterhaald idee zijn: toekomstdromen uit een tijd die inmiddels een halve eeuw achter ons ligt.

De toekomst van gisteren

Musk zet in op de verkeerde technologie. Hij is een hardware man, het nerdy equivalent van het type dat graag aan auto’s sleutels of op de motor over het asfalt jaagt. Hij heeft gemeen met grinders, de technopunks die met behulp van machines en elektronica de grenzen van het mens-zijn willen overstijgen, dat hij fantaseert over een ouderwets en overleefd idee van de toekomst.

Wie zoekt naar een mens-machine interface via het brein moet inzetten op bio- en nanotechnologie, niet op chips en implantaten. Die zijn niet praktisch. En waarom zou je dat willen? Wat betekent het vervagen van de grens tussen de werelden van biologie en technologie? Is het überhaupt slim om je brein te linken aan internet?

Brainlinks zijn een ouderwets concept en de sciencefiction van de jaren tachtig, cyberpunk, heeft gewezen op de risico’s. Je identiteit wordt schimmig. Je brein kan vervuild raken met een virus. En je brein kan worden gehackt. Ghost in the Shell zit er vol mee.

Elon Musk, de corporate multimiljardair, en grinders, de do-it-yourself biohackers, ontmoeten elkaar in een fantasie die al lang is ontmaskerd als de toekomst van gisteren. De miljardair-magnaat en de techno-anarchisten geloven in een non-idee. Wie vertelt het ze?

 

Slavoj Zizek over de brein-computer linkup

Geef als eerste reactie