Het technosurrealisme van J.G. Ballard

J.G. Ballard voorzag de spektakelmaatschappij. Wanneer de werkelijkheid een filmset is geworden, is gekte het laatste toevluchtsoord van de verbeelding.

Een groep jongeren feest na sluitingstijd in een luxe warenhuis. Op beeldschermen zien ze het resultaat van hun activiteiten overdag. Ze hebben op willekeurige plaatsen in de stad bommen geplaatst. De explosies vormen het sensatienieuws van die avond.

De publiciteit rond de Franse speelfilm Nocturama  noemt nergens de naam van J. G. Ballard, maar het gegeven komt uit de verbeelding van de in 2009 overleden schrijver. Zielloos consumentisme, terrorisme uit verveling, sensatiezucht, media-overkill—het zijn thema’s waarmee Ballard jaren voor nine-eleven zijn romans vulde.

De geestesgesteldheid van de mens die leeft in een technologisch hoog ontwikkelde samenleving vormt het onderwerp van Ballards romans. Die beschrijven, in zijn woorden, de “dubieuze geneugten van het leven in een geavanceerde technologie”. Het onbewuste en onbedoelde effect van die technologie is dat “ze perverse impulsen kanaliseren, temmen en acceptabel maken. Technologie geeft ons de middelen om onze psychopathologie uit te leven. Het versterkt de menselijke natuur.”

Mensen gaan zich gedragen als pyschopaten wanneer hun primaire wensen zijn vervuld en het goede leven een staat van schijndood is geworden. Het comatose brein kan alleen nog worden gestimuleerd door sensatieprikkels. Extreem gedrag is het antidotum tegen lusteloosheid en leegte, wanneer de ziel en het geweten zijn verdoofd.

 

Trailer Nocturama

 

Omgeving zonder identiteit

Eigenlijk had de schrijver psychiater willen worden, maar hij brak zijn studie voortijdig af om zich volledig aan het schrijven te kunnen wijden. Ballard, in 1930 geboren in Shanghai, kwam in 1946 naar Engeland. Daar trof hij als buitenstaander een vermoeide samenleving aan, vastgeroest in een overleefd klassensysteem, nostalgisch zwijmelend in een mythisch verleden van een wereldmacht die in werkelijkheid echter door de geschiedenis was ingehaald. Hij heeft er zich nooit thuis gevoeld.

In zijn romans betoont Ballard zich een psychiater die met geïnteresseerde, zelfs geamuseerde blik naar een geesteszieke patient kijkt. Als jongentje zag hij in Shanghai de bruutheid van het bestaan, tijdens de oorlog – hij was drie jaar geïnterneerd in een Jappenkamp – zag hij tot welke wreedheden de mens in staat is. Toen Ballard in Engeland aankwam had hij over de menselijke natuur geen illusies. Die achtergrond maakt hem tot een unieke observator.

De jaren na de Tweede Wereldoorlog waren de jaren van de wederopbouw en optimisme. De verzorgingsstaat kreeg vorm, wetenschap en technologie beloofden vooruitgang: gemak en welvaart op een voorheen ongekende schaal. Die nieuwe wereld vormt het decor van Ballards romans: snelwegen, torenflats, winkelcentra, bedrijventerreinen en wetenschapsparken. De ontmenselijkte, identiteitsloze, volstrekt neutrale en ontzielde omgevingen die de modernistische architectuur van de na-oorlogse jaren kenmerkt.

Die ontzielde omgeving is volgepropt met media: beeldschermen en reclameborden die een non-stop bombardement van sensationele prikkels en commerciële boodschappen op het individu loslaten. Die wordt door de ontzielde omgeving zelf ontzield en raakt gevuld met de gemanipuleerde mediaboodschappen. Het identiteitsloze individu is gereduceerd tot consument, prooi van spin en marketing.

 

J.G. Ballard over technologie en de toekomst

 

Lust opwekkende autowrakken

De inwerking van betonjungle en mediaverzadiging op de menselijke psyche resulteert in een toestand van psychose. De buitenwereld wordt de binnenwereld, realiteit en fantasie zijn verwisseld. Dat is de psychopathologie van Ballards personages. Ze zijn vervreemdt van zichzelf en de werkelijkheid.

In zijn meest controversiële roman Crash (1973) ontmoet de verteller, net als de schrijver James Ballard geheten, de voormalige tv-wetenschapper Robert Vaughan. De doctor is de leider van een groep verkeersslachtoffers die de auto-ongelukken van beroemdheden naspelen en daar seksuele opwinding aan beleven. De droom van Vaughan is om te verongelukken in een frontale botsing met filmster Elizabeth Taylor.

De roman begon als een kort verhaal, getiteld Crash!, onderdeel van de experimentele roman annex verhalenbundel (je kunt de teksten in willekeurige volgorde lezen) The Atrocity Exhibition. Het boek bevat tevens het verhaal Why I Want To Fuck Ronald Reagan, waarmee Ballard reeds in 1969 een politieke carrière voorzag voor beroemdheden en tv-persoonlijkheden.

Een jaar later organiseerde Ballard in het New Arts Laboratory een expositie van autowrakken. In 1978 vertelde hij in het undergroundmagazine Search & Destroy wat er vervolgens gebeurde. “Ik wilde mijn vermoedens testen en stelde drie wrakken ten toon. Ik heb nog nooit mensen zo agressief dronken zien worden als tijdens de opening van de expo. Ik werd bijna aangevallen door een verslaggever.”

“Ik liet een jonge vrouw zonder topje gasten interviewen en er was closed circuit tv waarop de gasten konden zien hoe ze te midden van autowrakken werden aangesproken door een jonge topless vrouw. Dat was teveel, iedereen raakte van de kook. De vrouw werd bijna verkracht op de achterbank van een wrak. Dat voorval bevestigde mijn vermoedens.”

“In de maand dat de tentoonstelling liep zijn de autowrakken voortdurend gemolesteerd. Ze werden met verf bespoten, ramen werden kapot geslagen, spiegels afgebroken—de vijandigheid was verbazingwekkend.”  In 1971 maakte Ballard voor de BBC een korte film naar het verhaal, met hemzelf en actrice Gabrielle Drake in de hoofdrollen.

 

Crash (kortfilm, 1971)

 

New wave futurisme

Crash veroorzaakte na publicatie in 1973 veel controverse, net als The Atrocity Exhibition vier jaar daarvoor. Het boek was “pervers”, geschreven door “een zieke geest”. De gevestigde orde keerde zich in walging af, maar een jongere generatie – bewoners van de betonjungle die waren opgegroeid met tv-beelden van de oorlog in Vietnam en de politieke moorden op president John Kennedy, presidentskandidaat Robert Kennedy en dominee Martin Luther King – herkende in Ballard een verwante ziel.

J.G. Ballard was, met diens favoriete auteur William Burroughs, de voornaamste literaire inspiratiebron voor de generatie muzikanten die midden jaren zeventig de revolutie van punk en new wave inluidden. Zijn futurisme was hun gids.

Comsat Angels vernoemden zich naar een kort verhaal van Ballard. Klaxons ontleenden de titel van hun debuutalbum Myths of the Near Future aan een verhalenbundel van Ballard. John Foxx (Underpass), Joy Division (Atrocity Exhibition), Hawkwind (High Rise), Gary Newman (Down in the Park), The Church (Chrome Injury), The Buggles (Video Killed The Radio Star) en The Normal (Warm Leatherette) haalden inspiratie uit Ballards boeken.

Ballard zag het geamuseerd aan, hij luisterde niet naar muziek. Na een dag schrijven keek hij ter ontspanning naar de televisie. Zijn favoriete sciencefictionfilm was Alphaville van Jean-Luc-Godard. Die gebruikte de modernistische nieuwbouw van Parijs als decor voor zijn dystopische schets van de toekomst. Want de sleutel naar de toekomst is het heden, aldus Ballard, niet het verleden.

 

John Foxx – Underpass

 

Psychopathologie

In de jaren zestig merkte Ballard op dat de moderne mens, heel anders dan voorgaande generaties, leeft in een medialandschap. Op het televisiescherm werden de beelden van de moord op John F. Kennedy en de moord op diens moordenaar Harvey Lee Oswald eindeloos herhaald. Er groeide een sensatiecultuur, via de tv-schermen klotste het geweld de huiskamer binnen, de empathie verdween.

Die mediaverzadiging had consequenties, wist Ballard. De virtuele wereld van de elektronische media – televisie, film, radio en, later, computer – is een kunstmatige, geregisseerde representatie van de werkelijkheid. Die simulatie nam stilaan en ongemerkt de plaats in van de fysieke werkelijkheid. Met als resultaat dat verbeelding en realiteit van plaats verwisselden. “Het medialandschap is een kaart op zoek naar een gebied,” aldus Ballard.

De consequenties voor de bewoner van die mediarealiteit zijn vergaand. Hij is vervreemd van zijn fysieke realiteit en identiteit, van zichzelf. Die vervreemding – je zou het cognitieve dissociatie kunnen noemen – is een door media geïnduceerde pyschose. Het lichaam verblijft in de fysieke wereld, het hoofd in de virtuele wereld van media en internet. Die verwarring is de default stand van de eenentwintigste eeuwse, post-nine eleven samenleving geworden.

Smartphoneverslaving, nepnieuws, terroristische aanslagen, een eindeloze stroom van sensationele prikkels zonder samenhang of context, de mens als maakbaar object, obsessief groepsdenken, ultrageweld—het zijn symptomen van de psychopathologie die Ballards romans beschrijven. Wanneer de werkelijkheid een filmset is geworden, is gekte het laatste toevluchtsoord van de verbeelding.

De observaties van Ballard sporen met de ideeën van de Franse filosoof Guy Debord, de man die de term spektakelmaatschappij muntte. Debords collega Jean Boudrillard roemde Crash als “de eerste roman over het universum van de simulatie”. Daarin had hij overigens ongelijk, want Philip K. Dick schreef met Time out of Joint (1959) de eerste literaire verbeelding van een kunstmatige, virtuele werkelijkheid.

 

The South Bank Show: J.G. Ballard (2006)

 

Ballard op het filmdoek

Het duurde tot 1996 eer Crash – met James Spader als Ballard en Elias Koteas als Vaughan – werd verfilmd door de Canadese regisseur David Cronenberg en opnieuw een controverse veroorzaakte.

In 2000 bewerkte de Amerikaan Jonathan Weiss het fragmentarische The Atrocity Exhibition voor het witte doek, zijn eerste en enige film. Weiss verwerkte archiefbeelden van nieuwsfeiten uit de jaren zestig in het verhaal rond Dr. T. (Victor Slezak). Die werkt aan een gruwelkabinet: hij verzamelt foto’s van de handen van Lee Harvy Oswald, sjouwt rond met twee onthoofde Christusbeelden en neemt een meisje van achteren terwijl die kijkt naar een foto van Ronald Reagan.

Ballard was zeer te spreken over Weiss’ boekverfilming. Hij stuurde de regisseur een fax: “Toen ik naar de film keek had ik bijna het idee dat ik het boek las.”

De Britse cult-regisseur Ben Wheatley waagde zich in 2015 aan de verfilming van High-Rise (1975), nadat Nicolas Roeg in de jaren zeventig een poging had gewaagd maar het boek onverfilmbaar noemde. (Het probleem lag volgens Ballard bij de scenarist, Paul Mayersberg, niet het boek.) Daarin speelt Tom Hiddleton de rol van Robert Laing, de arts en universitair docent die verhuist naar een net opgeleverde luxe woontoren waar zich al snel een barbaarse klassenoorlog ontwikkelt.

Tijdens de promotietournee voor de film roemde Hiddleston de schrijver om diens vooruitziende blik en hij las voor uit een interview van Ballard uit 1978. Een paar citaten: “Ik denk dat de grootste ontwikkeling van de komende twintig, dertig jaar zal zijn de introductie van beeldsystemen: iedere kamer van ieder woning of flat heeft een camera die registreert wat er gebeurt. De transformatie van de huiskamer tot tv-studio schept een nieuw soort realiteit.”

“Als iedereen een camera heeft beginnen mensen eindeloos zichzelf te fotograferen, terwijl ze zich scheren, zitten te eten, ruzie maken, en de toepassingen voor de slaapkamer liggen voor de hand. Maar daarna zal ieder van ons de focus zijn van een continue soap.”

“Ik kan me een enorme uitbreiding van het beeldmateriaal voorstellen, beschikbaar door de druk op een knop, zoals je nu kunt bellen naar een nummer voor het weerbericht.”

 

Tom Hiddleton leest een Ballard-interview uit 1978 voor

 

Surrealisme

Ballards latere boeken, uit de jaren negentig van de vorige en nul van de nieuwe eeuw, zijn nog niet verfilmd, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Cocaine Nights (1996) gaat over een schaduwwereld van brandstichting, geweld en buitenechtelijke seks in een Spaanse woonenclave voor Britse welgestelden. Het businesspark Eden-Olympia uit Super-Cannes (2000) is het decor van perversie en deprivatie voor een kaste van geprivilegeerde professionals van artsen, architecten, producers en zakenmannen.

In Millennium People (2003, de eerste Ballard na nine eleven) gaat de hoofdpersoon op zoek naar de waarheid achter de dood van zijn vrouw, die om het leven kwam bij een terroristische aanslag op de luchthaven Heathrow. De afgeschermde gemeenschap van het wooncomplex Chelsea Marina blijkt een broeinest van middleclass terroristen. Dit is het boek waarop Nocturama lijkt te zijn geïnspireerd.

Ballards laatste, Kingdom Come (2006), viert de triomf van het consumentisme, in feite een vorm van fascisme, met de shopping mall als kathedraal. De consument wordt geïnformeerd door tv-commercials en de beschaafde middenklasse blijkt een kudde barbaren. Zijn kijk op de hoog-technologische Westerse consumptiemaatschappij komt overeen met die van generatiegenoten en collega-kunstenaars Godard en Pasolini.

J.G. Ballard wordt vaak een sciencefictionauteur genoemd en dat was in zijn oren geen belediging, want voor hem was SF de ware literatuur van de twintigste eeuw. Net als zijn Californische tegenhanger Philip K. Dick zag hij de toekomst zich voor zijn geestesoog ontvouwen.

 

J.G. Ballard over surrealisme

 

Zijn boeken zijn gesitueerd in een verhevigde variant van het heden, een toekomst die op het punt staat te gebeuren, en beschrijven de waanzin van de door media en technologie gedicteerde wereld. Ballard vormt de brug tussen de traditionele SF van Asimov en Heinlein en de cyberpunk van Bruce Sterling en William Gibson.

Zijn naam is in het Engels een bijvoeglijk naamwoord geworden, de ultieme accolade. Ballardian betekent: ‘Lijkend op de omstandigheden zoals beschreven in de romans en verhalen van Ballard, in het bijzonder dystopische moderniteit, geestloze door mensen gemaakte landschappen, en de psychologische effecten van technologische, sociale of milieu-ontwikkelingen’.

J.G. Ballard is een unieke auteur. Buitenstaander, realist, kritisch denker, onafhankelijke geest en, bewust of onbewust (maar ik denk het eerste), ziener. Het etiket sciencefiction doet hem tekort, hij is die witte raaf: een Engelse surrealist, een schrijver die de verbeelding benut om de wereld te herscheppen naar zijn ware aard.

Ballard staat voor technosurrealisme.

 

J.G. Ballard: Desert Island Discs (1992)

Geef als eerste reactie